Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
4.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 14 juli 2020;
- de door [appellante] genomen memorie van grieven, tevens houdende een vermeerdering van eis, met één productie.
5.De verdere beoordeling
- een definitief oordeel over de ontvankelijkheid van [appellante] in het hoger beroep moet worden gegeven op grond van de grieven, die [appellante] ten tijde van het tussenarrest nog niet had genomen;
- de appeldagvaarding rechtsgeldig aan de VvD is betekend, zodat op de rol van 28 april 2020 terecht verstek is verleend tegen de in hoger beroep niet verschenen VvD.
- A. € 20.800,-- aan VvE-bijdragen voor het appartement van [appellante] in serviceflat “ [serviceflat] ” te [plaats] over de periode van december 2014 tot en met september 2020;
- B. € 13.404,30 ter zake hypotheeklasten (hof: kennelijk rente en aflossing) voor het appartement van [appellante] in serviceflat “ [serviceflat] ” te [plaats] over de periode van december 2014 tot en met september 2020;
- C. € 875,-- als stelpost ter zake gemeentelijke lasten voor het appartement van [appellante] in serviceflat “ [serviceflat] ” te [plaats] over de periode van december 2014 tot en met september 2020;
- D. € 514,25 aan notariskosten voor de levering van het appartement door [appellante] die geen doorgang heeft kunnen vinden;
- E. € 10.901,73 aan VvE-bijdragen ter zake het appartement van [appellante] aan de [adres] (hof: kennelijk gelegen in [plaats] ) over de periode van december 2014 tot en met september 2020;
- F. € 3.500,-- als stelpost ter zake gemeentelijke lasten voor het appartement van [appellante] aan de [adres] over de periode van december 2014 tot en met september 2020.