Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 8316224 CV EXPL 20-663)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met een ongenummerde grief, tevens houdende een incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis, met drie producties;
- de door Servatius genomen antwoordconclusie in het incident, met een productie;
- de door Servatius genomen memorie van antwoord in principaal hoger beroep, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep, met een productie;
- de door [appellant] genomen memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep.
3.De beoordeling
- Servatius is een woningbouwvereniging.
- Servatius heeft met ingang van 15 februari 2018 de woning aan de [adres] in [plaats] (verder te noemen: de woning) voor de duur van een jaar verhuurd aan [appellant] . Daarna is de huurovereenkomst voor onbepaalde tijd verlengd.
- Op de huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. Art. 13.6 aanhef en onder c van die algemene voorwaarden luidt:
- Op 30 juli 2019 heeft de politie tijdens een huiszoeking in de woning 1226 gram amfetamine, een doos lege gripzakjes en een gaspistool gevonden.
- Bij besluit van 10 oktober 2019 heeft de burgemeester van Maastricht de woning onder toepassing van art. 13b van de Opiumwet met ingang van 16 oktober 2019 gesloten voor de duur van drie maanden.
- Op 14 oktober 2019 heeft Servatius een brief aan [appellant] verzonden waarin zij de huurovereenkomst met gebruikmaking van haar bevoegdheid als genoemd in art 7:231 lid 2 BW Pro buitengerechtelijk ontbindt per de datum van de sluiting, dus per 16 oktober 2019. Servatius heeft in de brief aanspraak gemaakt op een vergoeding voor het gebruik van het gehuurde vanaf 16 oktober 2019 tot aan de dag van de ontruiming.
- Bij e-mail van 20 januari 2020, dus van vier dagen na afloop van de periode van sluiting, heeft de gemachtigde van [appellant] Servatius gesommeerd om [appellant] (weer) in het bezit te stellen van de sleutels van de woning.
- Bij e-mail van eveneens 20 januari 2020 heeft Servatius aan de gemachtigde van [appellant] onder meer het volgende meegedeeld:
- [appellant] heeft geen toegang meer gehad tot de woning sinds de sluiting van de woning op 16 oktober 2019.
- [appellant] heeft over januari 2020 en over de periode met ingang maart 2020 geen huur of gebruiksvergoeding aan Servatius betaald.
- Bij brief van 10 februari 2020, gericht aan de gemachtigde van [appellant] , heeft de advocaat van Servatius [appellant] onder meer gesommeerd om een afspraak te maken met de in de brief genoemde medewerker van Servatius om de woning geheel te ontruimen. Ook is [appellant] in de brief gesommeerd om op grond van artikel 7:225 BW Pro een vergoeding gelijk aan de huurprijs te betalen over de maanden december 2019, januari 2020 en februari 2020, en tot betaling van de contractuele boete van € 2.500,--.
- [appellant] heeft geen afspraak gemaakt voor het verwijderen van zijn zaken uit de woning en hij heeft de woning niet ontruimd.
- De vermeerdering van eis die Servatius in haar pleitnota heeft opgenomen, is niet toelaatbaar (rov. 3.3);
- De partijen hebben spoedeisend belang bij een beoordeling van hun vorderingen in conventie en in reconventie in kort geding (rov. 4.1).
- Voor zover de huurovereenkomst niet reeds buitengerechtelijk is ontbonden per 16 oktober 2019, zal in een eventuele bodemprocedure met hoge mate van waarschijnlijkheid worden geoordeeld dat de huurovereenkomst in ieder geval met de ontvangst van de brief (hof: e-mail) van 20 januari 2020 buitengerechtelijk is ontbonden. De vordering in conventie moet dus worden afgewezen (rov. 4.3 en 4.4).
- Om dezelfde reden moet de primaire vordering in reconventie tot ontruiming worden toegewezen, en hoeft de subsidiaire vordering geen bespreking meer (rov. 4.6).
- De in reconventie gevorderde gebruiksvergoeding vanaf april 2020 tot de dag van de ontruiming is toewijsbaar (rov. 4.8).
- De vordering in reconventie tot betaling van de contractuele boete zal worden afgewezen bij gebreke van spoedeisend belang (rov. 4.9).
- de vordering van [appellant] in conventie afgewezen;
- [appellant] in de proceskosten van het geding in conventie veroordeeld, vermeerderd met wettelijke rente;
- [appellant] in reconventie veroordeeld om de woning binnen veertien dagen na betekening van het vonnis te ontruimen;
- [appellant] in reconventie veroordeeld tot betaling van een gebruiksvergoeding van € 705,72 per ingegane maand vanaf april 2020 tot aan de dag van ontruiming, vermeerderd met wettelijke rente;
- [appellant] in de proceskosten van het geding in reconventie veroordeeld, inclusief nakosten en vermeerderd met wettelijke rente;
- het in reconventie meer of anders gevorderde afgewezen.
- veroordeling van Servatius in conventie om binnen 24 uur na betekening van het te wijzen arrest aan [appellant] toegang tot het gehuurde te verschaffen door hem de sleutels van de woning weer ter beschikking te stellen;
- afwijzing van de vorderingen van Servatius in reconventie;
- afwijzing van de incidentele vordering van [appellant] , met veroordeling van [appellant] in de proceskosten van het incident;
- bekrachtiging van het beroepen vonnis voor zover in principaal hoger beroep aangevochten, met veroordeling van [appellant] in de proceskosten van het principaal hoger beroep;
- vernietiging van het beroepen vonnis voor zover in incidenteel hoger beroep aangevochten, en in zoverre opnieuw rechtdoende veroordeling van [appellant] tot betaling van € 2.500,-- ter zake contractuele boete en € 1.411,44 ter zake achterstallige gebruiksvergoeding, beide bedragen vermeerderd met wettelijke rente en met veroordeling van [appellant] in de proceskosten van het incidenteel hoger beroep.
- Feiten (paragraaf 1 tot en met 11);
- Het geding in eerste aanleg (paragraaf 12 tot en met 14);
- Proportionaliteitstoets (paragrafen 15 tot en met 18);
- Incidentele vordering tot schorsing van de ten uitvoerlegging van het vonnis (paragrafen 19 tot en met 21);
- Bewijsaanbod (paragraaf 22);
- Slotsom (paragrafen 23 en 24).
- de vaststelling in rov. 2.5 van het vonnis dat Servatius op 14 oktober 2019 een brief aan [appellant] heeft verzonden waarin zij de huurovereenkomst met gebruikmaking van haar bevoegdheid als genoemd in art 7:231 lid 2 BW Pro buitengerechtelijk ontbindt per de datum van de sluiting, derhalve 16 oktober 2019;
- het oordeel in rov. 4.3 van het vonnis dat in een eventuele bodemprocedure met hoge mate van waarschijnlijkheid zal worden geoordeeld dat de huurovereenkomst in ieder geval met de ontvangst van e-mail van 20 januari 2020 buitengerechtelijk is ontbonden.
- de afwijzing van de vordering van [appellant] in conventie;
- de veroordeling van [appellant] in de proceskosten van het geding in conventie;
- de veroordeling van [appellant] in reconventie tot ontruiming van de woning;
- de (in hoger beroep verder niet bestreden) veroordeling van [appellant] in reconventie tot betaling van een gebruiksvergoeding per ingegane maand vanaf april 2020 tot aan de dag van ontruiming;
- de veroordeling van [appellant] in de proceskosten van het geding in reconventie.
- het verweer dat er nog een bestuursrechtelijke procedure loopt tegen het besluit van de burgemeester tot tijdelijke sluiting van de woning, zodat mogelijk de grondslag voor de boete nog zal wegvallen;
- het verweer dat het boetebeding in samenhang met de verdere inhoud van de algemene voorwaarden een oneerlijk beding is in de zin van Richtlijn 93/13/EEG;
- het verweer dat de boete gematigd moet worden.
4.De uitspraak
- de vordering van [appellant] in conventie is afgewezen;
- [appellant] in de proceskosten van het geding in conventie is veroordeeld;
- [appellant] in reconventie tot ontruiming van de woning is veroordeeld;
- [appellant] in reconventie is veroordeeld tot betaling van een gebruiksvergoeding per ingegane maand vanaf april 2020 tot aan de dag van ontruiming;
- [appellant] in de proceskosten van het geding in reconventie is veroordeeld;
- de vordering ter zake contractuele boete is afgewezen;