Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 2 juni 2020 waarbij het hof een comparitie van partijen heeft gelast;
- het proces-verbaal van de comparitie van 31 augustus 2020;
6.De verdere beoordeling
- [appellant] vordert in hoger beroep niet langer deugdelijke nakoming door [geïntimeerde] van de verplichtingen uit hoofde van de aannemingsovereenkomst, maar nog slechts vervangende schadevergoeding;
- voor toewijzing van vervangende schadevergoeding is pas plaats als [geïntimeerde] in verzuim is geraakt ten opzichte van [appellant] ;
- het hof gaat er
- het hof gaat voorbij aan de stelling van [appellant] dat [geïntimeerde] ingestemd zou hebben met het onbetaald laten van de hiervoor vermelde factuur tot de gebreken aan het bedrijfspand van [appellant] deugdelijk zouden zijn hersteld;
- het hof houdt een definitief oordeel over vermelde punten aan tot na de te bepalen comparitie van partijen;
- voor het geval blijkt dat [geïntimeerde] zich niet kan beroepen op artikel 14.8 van haar algemene voorwaarden is het hof van oordeel dat [geïntimeerde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de aannemingsovereenkomst met [appellant] en dat zij in verzuim (omdat zij niet voldaan heeft aan de sommatie door [appellant] tot herstel van de gebreken van 2 december 2013) is geraakt. Het hof ziet geen grond om af te wijken van de conclusies van de door de rechtbank benoemde deskundige op het punt van de gebreken met betrekking tot de lekkages en het tochtprobleem. [geïntimeerde] is, als haar geen beroep op de algemene voorwaarden toekomt, dan ook schadeplichtig ten opzichte van [appellant] ;
- Een definitief oordeel over het laatst genoemde punt houdt het hof aan tot na de te houden comparitie van partijen.