Uitspraak
- afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen (feit 1B);
- poging tot doodslag (feit 2 primair) en
- handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd (feit 3);
hij op of omstreeks 15 maart 2001 te Valkenswaard tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
hij op of omstreeks 24 december 2016 te ’s-Hertogenbosch, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 3] opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet,
hij op of omstreeks 15 mei 2017 te 's-Hertogenbosch tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer wapens van categorie I onder 7°, te weten:
hij op 15 maart 2001 te Valkenswaard tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld en een aantal bankcheques en een mobiele telefoon en een aantal handtassen en een aantal sleutels, toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , hebbende hij, verdachte en zijn mededader,
hij op 24 december 2016 te ’s-Hertogenbosch, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 3] opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet,
hij op 15 mei 2017 te 's-Hertogenbosch wapens van categorie I onder 7°, te weten:
het hof begrijpt: mes)bedreigd en in bedwang gehouden. Vervolgens heb ik de kast aangewezen waar ik de twee tasjes met geld had ingezet. Hierop werd door de dader met het vuurwapen de kast geopend en de tasjes eruit gehaald. Ik zag ook dat één van de daders een gsm die op de bar lag meenam. De lengte van het mes is ongeveer 15 centimeter. De daders zijn na de overval gevlucht via de achterzijde van de woning. Direct na de overval hoorde ik een bromfiets/scooter wegrijden vanaf de voorzijde van de woning in de richting van Zeelberg te Valkenswaard.
- een zwart leren polstasje welke ik herken als zijnde het polstasje dat van ons is en dat door de daders is weggenomen;
- een bruin leren polstasje dat ik herken als zijnde van ons en dat door de daders is weggenomen;
- een gsm Philips/Libertel dat ik herken als zijnde onze gsm, die door de lange dader is meegenomen van de bar.
8
(het hof begrijpt: 16 maart 2001)omstreeks 17.30 uur een plastic zak aangetroffen met daarin twee lederen polstasjes, een bivakmuts en een regenpak, ter hoogte van een bank gelegen aan de Hogebochten te Westerhoven. Vanaf de prullenbak naast de zitbank zijn wij 5 meter vooruit gegaan, dan 8 meter naar rechts, dan 8 meter naar voren. Op dat punt troffen wij een gsm telefoon Philips, kleur zwart, zonder batterijen aan. Vanaf dat punt 5 meter naar voren troffen wij een batterij aan die van de mobiele telefoon afkomstig was. Tevens troffen wij de klep aan. De gevonden goederen zijn veiliggesteld.
9
het hof begrijpt: 16 maart 2001)omstreeks 17.30 uur trof [getuige 3] in het boscomplex gelegen aan de Hogebochten te Westerhoven een plastic tas aan met daarin twee lederen tasjes, een bivakmuts, een paar bruin lederen handschoenen en een regenpak. Ik, [verbalisant 7] , heb ik op 21 maart 2001 de bivakmuts (AER500) voor nader DNA-onderzoek veiliggesteld. Op 27 maart 2001 heb ik, [verbalisant 7] , de bivakmuts met identiteitszegel AER500 voor onderzoek gezonden aan het Nederlands Forensisch Instituut. Bij het onderzoek aan het Nederlands Forensisch Instituut aan de bivakmuts AER500 werd DNA-materiaal aangetroffen.
het hof begrijpt: [naam mededader]) altijd gezegd dat hij de namen van die jongens niet kon noemen, niet tegen ons, maar ook niet tegen de politie. [naam mededader] heeft tegen ons gezegd dat de namen die hij bij de politie heeft genoemd in zijn verhoor niet kloppen.
het hof begrijpt: [naam mededader] )wel eens horen vertellen over [slachtoffer 1] de fietsenhandelaar in Valkenswaard. [naam mededader] heeft mij verteld dat hij de overval met een ander gepleegd heeft. [naam mededader] vertelde mij dat hij samen met een andere man bij [slachtoffer 1] binnengedrongen was. [naam mededader] vertelde mij dat hij met de scooter naar [slachtoffer 1] gereden was. Na de overval had hij de kleding in een plastic zak tussen Westerhoven en Bergeijk in de bossen weggegooid. Dit was bij een bankje en volgens mij hing er ook een vuilnisbak bij.
1.
het hof begrijpt: de nacht van 23 op 24 december 2016)op stap met [voornaam verdachte] (
het hof begrijpt: de verdachte)en meestal gaan we naar de Carrousel in Den Bosch. Wij gingen omstreeks 04.00 uur of 04.30 uur naar buiten. Een jongen gooide een glas met drinken naar mijn hoofd. Toen na dat glas is [verdachte] op die jongen gevlogen en heeft hij hem een klap gegeven met zijn vuist. Volgens mij sloeg [verdachte] met zijn rechtervuist tegen het gezicht van die jongen. Ik zag die jongen op de grond vallen.
A: Na die eerste klap denk ik al.
2.
4.
het hof begrijpt: de verdachte)de man met donker haar (
het hof begrijp: aangever [slachtoffer 3] )met zijn vuist tegen/op het gezicht slaat, waarop de man ten val komt, waarop de kale man de man met het donkere haar onder andere drie keer schopt/trapt tegen zijn hoofd/gezicht, terwijl hij op de grond ligt. Door verbalisant [verbalisant 10] wordt beschreven dat met kracht wordt geschopt/getrapt. Ook het hof heeft de camerabeelden bekeken in raadkamer (met instemming van de advocaat-generaal en de verdediging). Het hof heeft vastgesteld dat de verbalisanten een adequate beschrijving hebben gegeven van hetgeen op de beelden valt waar te nemen.
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
gevangenisstrafvoor de duur van
7 (zeven) jaren.
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten twee imitatiewapens.
€ 2.320,44 (tweeduizend driehonderdtwintig euro en vierenveertig cent) bestaande uit € 320,44 (driehonderdtwintig euro en vierenveertig cent) materiële schade en € 2.000,00 (tweeduizend euro) immateriële schade,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 2.320,44 (tweeduizend driehonderdtwintig euro en vierenveertig cent) bestaande uit € 320,44 (driehonderdtwintig euro en vierenveertig cent) materiële schade en € 2.000,00 (tweeduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.