Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2020:3084

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
6 oktober 2020
Publicatiedatum
6 oktober 2020
Zaaknummer
200.265.200_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:172 BWArt. 6:10 BWArt. 843a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep over verdeling huwelijksvermogen en waardering onroerende zaken

In deze zaak staat het hoger beroep centraal tegen vonnissen van de rechtbank Oost-Brabant betreffende de verdeling van het huwelijksvermogen tussen partijen. Het geschil betreft onder meer de toepasselijkheid van de wettelijke peildatum voor waardering van onroerende zaken en de mogelijkheid tot afwijking daarvan op grond van redelijkheid en billijkheid. Tevens wordt besproken of een verdeling bij helfte naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Partijen zijn gehuwd en hebben onroerende zaken in hun vermogen. De waardering daarvan en de wijze van toedeling zijn onderwerp van discussie. Daarnaast spelen vragen over de draagplicht van rente en kosten verbonden aan deze onroerende zaken. Het hof heeft de procedure gevolgd aan de hand van de ingediende stukken, waaronder memorie van grieven en antwoorden, producties en een comparitie van partijen.

Het hof heeft de zaak verwezen naar een comparitie van partijen met het oog op het beproeven van een minnelijke regeling of mediation. Tevens is de zaak aangehouden voor verdere beslissing. Het arrest bevat geen inhoudelijke uitspraak over de geschilpunten, maar regelt de procedurele voortgang en het indienen van het volledige procesdossier.

De zaak betreft complexe vragen over huwelijksvermogensrecht, met name de toepassing van redelijkheid en billijkheid bij de waardering en verdeling van onroerende zaken binnen de wettelijke gemeenschap van goederen. Het hof benadrukt het belang van informatie-uitwisseling en het zoeken naar een minnelijke oplossing.

Uitkomst: De zaak is aangehouden en verwezen naar een comparitie van partijen voor het beproeven van een minnelijke regeling.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht
zaaknummer 200.265.200/01
arrest van 6 oktober 2020
in de zaak van
[appellante],
wonende te [woonplaats] ,
appellante in principaal appel,
verweerster in incidenteel appel,
advocaat: mr. M.A.M. van Dooren te Galder,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] (Zwitserland),
geïntimeerde in principaal appel,
appellant in incidenteel appel,
advocaat: mr. F.R. Brouwer te Amsterdam,
op het bij exploot van dagvaarding van 20 augustus 2019 ingeleide hoger beroep van de vonnissen van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven van 3 oktober 2018 en 22 mei 2019, gewezen tussen appellante als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie en geïntimeerde als eiser in conventie, verweerder in reconventie.

1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/312394 / HA ZA 16-594)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.

2.Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding in hoger beroep met eiswijziging;
  • de memorie van grieven met (voorwaardelijke) eiswijziging en producties 1 tot en met 4;
  • de memorie van antwoord tevens houdende incidenteel appel met eiswijziging en producties 1 tot en met 24;
  • de memorie van antwoord in incidenteel appel met productie 1;
  • de akte herstel/verbetering memorie van antwoord tevens houdende incidenteel appel tevens houdende indiening correcte en aanvullende producties met producties 14 A, 14 B, 14C, 25 tot en met 31, 32 A, 32 B, 33 en 34 van de man;
  • de antwoordakte met productie 1 van de vrouw.

3.De beoordeling

Het hof ziet aanleiding om een comparitie van partijen te gelasten. Het doel is het beproeven van een minnelijke regeling of de doorwijzing naar mediation. Ook kan de zitting worden benut om informatie uit te wisselen en om eventuele instructies met betrekking tot de zaak te geven. Het hof verwijst voor nadere algemene informatie over deze zitting naar
www.rechtspraak.nl(deelsite Gerechtshof 's-Hertogenbosch, onder “Meer regels en procedures”).
3.2.
De geplande duur van de zitting is anderhalf uur. Ter zitting zal niet de gelegenheid worden geboden om te pleiten. Hieronder wordt verstaan het juridisch beargumenteren van de zaak al dan niet aan de hand van een voorbereide, uitgeschreven pleitnotitie.
3.3.
De zaak zal worden verwezen naar de rol van 20 oktober 2020 voor opgave verhinderdata voor de komende
vijfmaanden. Partijen dienen er rekening mee te houden dat de comparitie van partijen op een woensdag zal plaatsvinden.
3.4.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4.De uitspraak

Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 20 oktober 2020 voor opgave verhinderdata voor de komende vijf maanden;
bepaalt dat de advocaat van appellante
binnen twee wekenna de datum van dit arrest een kopie van het volledige procesdossier
in viervoudzal indienen bij het hof;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. E.A.M. Scheij, M.J. van Laarhoven en G.J. Vossestein en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 6 oktober 2020.
griffier rolraadsheer