ECLI:NL:GHSHE:2020:283
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partner- en kinderalimentatie na echtscheiding met wijziging draagkracht en behoefte
De vrouw en haar jongmeerderjarige kind zijn in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake partner- en kinderalimentatie. Het geschil betreft de hoogte en ingangsdatum van de door de man te betalen bijdragen in de kosten van verzorging, opvoeding, levensonderhoud en studie.
Het hof bevestigt de vastgestelde feiten, waaronder het huwelijk van partijen in 1986, de echtscheiding in 2012 en de meerderjarigheid van het kind in 2017. De behoefte van het kind is vastgesteld op € 665,- per maand in 2017 en geïndexeerd naar latere jaren. De draagkracht van de man is per periode berekend aan de hand van zijn bruto jaarinkomen, waarbij rekening is gehouden met woonlasten en de verdiencapaciteit van zijn nieuwe partner.
De bijdrage in kinderalimentatie wordt vastgesteld per periode variërend van € 467,- tot € 592,45 per maand, met betaling aan het kind vanaf de meerderjarigheid. De partneralimentatie wordt vastgesteld op een lager bedrag dan de behoefte, variërend van € 131,- tot € 253,18 bruto per maand, rekening houdend met de draagkracht van de man en de vrouw. De ingangsdatum van de alimentatieverplichtingen wordt vastgesteld op 1 april 2017, de datum van wijziging van omstandigheden.
Het hof verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad, compenseert de proceskosten en wijst het meer of anders verzochte af.
Uitkomst: Het hof wijzigt en bekrachtigt de alimentatieverplichtingen van de man met aangepaste bedragen en ingangsdata, en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.