Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep en in cassatie
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord
- het arrest van het hof van 14 november 2017.
3.De beoordeling
mij begeven naar het adres [adres] te [plaats] , alwaar ik sprak met de heer [bestuurder 1] , zijnde één van de de facto bestuurders van gerekwireerde sub 3 ([de Maatschap 2] , hof
), die mij desgevraagd een door hem en de heer [bestuurder 2] getekend overzicht ter hand stelde, welke naar verklaring van de heer [bestuurder 1] voornoemd volstaat als een debiteurenlijst die kan dienen als pandlijst en waarvan het origineel aan dit proces-verbaal is gehecht.”