Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht
1.[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellante] ,wonende te [woonplaats] ,
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 27 juni 2017 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van de comparitie van 25 augustus 2017;
- de memorie van grieven met producties 14-17;
- de memorie van antwoord met producties 1-3;
- de akte ten behoeve van het pleidooi met productie 18 van [appellanten] ;
- het op 14 maart 2019 gehouden pleidooi, waarbij beide partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de akte van [appellanten] van 5 november 2019 met producties 19--27;
- de antwoordakte van [geïntimeerde] van 19 november 2019.
6.De beoordeling
de mogelijkheidkent alle personen uit het huisgezin van een lid van de vereniging tot de activiteiten van de vereniging toe te laten. In artikel 14 van Pro het huishoudelijk reglement is onder meer bepaald dat het bestuur introductie van bepaalde leden
kanweigeren, zo het belang van de vereniging dit meebrengt (cursiveringen door het hof). Het gaat in deze om een bevoegdheid van het bestuur en er is op grond van de statuten en het huishoudelijk reglement dus geen sprake van een ongeclausuleerd recht om personen te mogen introduceren. Naar het oordeel van het hof kon het bestuur in dit geval in redelijkheid besluiten om [appellant] een verbod op te leggen om, na de opzegging van het lidmaatschap, door [appellante] bij [geïntimeerde] /op de haven te worden geïntroduceerd (waarmee het besluit zich in feite ook direct tot [appellante] richtte). Zoals hiervoor al is overwogen heeft [appellant] met het bestuur op 24 januari 2016 afgesproken dat hij gedurende 1 jaar niet zou verschijnen op de haven. Die afspraak is hij ten onrechte niet nagekomen, terwijl hij ook heeft aangegeven in de toekomst zich niet aan de gemaakte afspraken te zullen houden. Daarop heeft het bestuur op 16 maart 2016, zoals hiervoor is overwogen, terecht besloten tot opzegging van het lidmaatschap van [appellant] . Toelating van [appellant] als introducé zou regelrecht in strijd komen met die, gelet op alles wat was voorgevallen, terechte opzegging van het lidmaatschap en het beoogde doel daarvan, namelijk te voorkomen dat [appellant] nog op de haven van [geïntimeerde] zou komen. Dat de belangen van [appellante] door dit besluit worden geschaad is duidelijk. Gelet op wat er in de voorafgaande periode allemaal was voorgevallen en op de rol die [appellant] daarbij heeft gehad, kon het bestuur echter het belang van de vereniging om [appellant] te weren van de haven zwaarder wegen dan het belang van [appellante] bij het kunnen introduceren van [appellant] .