Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/323328/ HA ZA 16-814)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven;
- de memorie van antwoord met productie;
- het proces-verbaal van de zitting van 20 augustus 2019;
- het proces-verbaal van de zitting van 31 oktober 2019, waaraan gehecht de pleitaantekeningen die [appellante] heeft overgelegd.
3.De beoordeling
ALGEMENE BEPALINGEN
a) Deze verzekering bestaat uit dekking tegen arbeidsongeschiktheid en/of werkloosheid. De omvang van de verzekerde risico’s is omschreven in artikel 2 van Pro de bijzondere bepalingen inzake arbeidsongeschiktheid en werkloosheid.
a) Het recht op uitkering bestaat vanaf de eerste dag na de eigen risicoperiode:
Er is sprake van verminderde benutbare mogelijkheden als rechtstreeks gevolg van ziekte of gebrek. Hierdoor is cliënt aangewezen op werkzaamheden conform de opgestelde functionele mogelijkhedenlijst (…)”
Waar de normaalwaarde is aangegeven zonder een beperkende toelichting gelden op dat gebied geen beperkingen ten gevolge van ziekte of gebrek”.
(…) De degeneratieve afwijkingen leiden tot artroseklachten van de nek en alzijdige beperkingen. Ook is er sprake van hyperostis van de wervelkolom, aanleiding gevende tot alzijdige rugbeperkingen. Daar naast is er sprake van degeneratieve schouderklachten, waardoor betrokkene zijn armen niet hoger kan tillen dan 90 tot 100 graden. Er zijn objectieve afwijkingen door degeneratie. (…) Het gaat om uitgebreide degeneratieve veranderingen, die gezien het arbeidsverleden van de heer [geïntimeerde] niet vreemd zijn (…)”
.
(…) Collega medisch adviseur [de verzekeringsarts] is een verzekeringsarts die op basis van haar eigen onderzoek en de beoordeling van de medische stukken tot een conclusie komt. Haar deskundigheid is niet het stellen van diagnosen. Dat hoort bij een behandelend specialist thuis. (…) Er kan mijns inziens onveranderd worden uitgegaan van een scala aan klachten bij betrokkene waarvoor geen duidelijke medische verklaring is te geven. (…)”
- tot betaling van € 49.000,- althans € 4.389, althans € 2.267,65, in alle gevallen te vermeerderen met de wettelijke rente en;
- tot betaling van € 2.022,17 aan kosten ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid en;
- tot betaling van € 1.265,-, althans € 682,32, althans € 411,58 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- in de proceskosten inclusief nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
De formulering ‘ongeschikt ten gevolge van ziekte’ wordt nogal eens zo opgevat dat de
Daarbij acht het hof van belang dat de arbeidsongeschiktheid wordt vastgesteld aan de hand van onder meer waarnemingen van een verzekeringsarts over het feitelijk bestaan van klachten, stoornissen of beperkingen en zijn of haar overtuiging naar aanleiding daarvan (rov 3.4.3.). Vaststaat dat de door [appellante] ingeschakelde verzekeringsarts [geïntimeerde] niet zelf heeft gezien (proces-verbaal van de zitting in hoger beroep) zodat deze arts het al dan niet feitelijk bestaan van klachten, stoornissen of beperkingen niet zelf kan hebben waargenomen, terwijl vier verschillende verzekeringsartsen [geïntimeerde] wel hebben gezien en van oordeel zijn dat de arbeidsongeschiktheid het gevolg is van een ziekte ( [de verzekeringsarts bij het UWV 1] , [de verzekeringsarts bij het UWV 2] , [de verzekeringsarts bij het UWV 3] en [de verzekeringsarts] , rov. 3.1.5., 3.1.6., 3.1.8. en 3.1.11.).