Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02342697 / HA ZA 18-178)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord met producties;
- het pleidooi, waarbij beide partijen pleitnotities hebben overgelegd.
3.De beoordeling
Het PVA vermeldt verder:
de aannemers die geselecteerd waren en niet konden ingeschreven zouden bezwaar kunnen maken. Omdat zij geen offerte hebben gekregen van de door hun voorgestelde en in de selectieprocedure vastgestelde onderaannemers betreffende de E en de W installaties.
Wijziging in de aanbestedingsprocedure ?
De door ons voorgestelde en opgenomen installateurs kunnen mogelijk een rekenvergoeding vragen ivm. het vervallen van de opdracht. Waar ze natuurlijk ook al op hebben gerekend.
(…)”
Indien de prijs van de meest gerede inschrijving hoger is dan de zorgvuldige raming van de aanbesteder, kan de aanbesteder deze inschrijving als onaanvaardbaar aanmerken en de procedure vervolgen met de onderhandelingsprocedure met aankondiging.’
Terecht heeft de Gemeente er op gewezen dat de precontractuele fase bij een aanbestedingsprocedure allereerst wordt beheerst door de beginselen van het aanbestedingsrecht en de aanbestedingsstukken. Op grond daarvan stond het de Gemeente in beginsel vrij de aanbesteding te staken zonder jegens [appellante] schadeplichtig te worden. Zoals hiervoor onder 3.8 overwogen kan die bevoegdheid worden beperkt door de precontractuele goede trouw, maar het enkele feit dat [appellante] de aanbesteding had gewonnen maakt niet dat zij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat een overeenkomst tot stand zou komen. Het mag zo zijn dat [appellante] ervan uitging dat er een overeenkomst tot stand zou komen, maar waar het om gaat is dat de Gemeente het aanbod van [appellante] niet heeft geaccepteerd, dat partijen direct zijn gaan zoeken naar en rekenen aan bezuinigingen en mogelijkheden om extra budget te vinden en dat partijen er - ook op het moment van het intrekken van de aanbesteding - op de essentialia van de overeenkomst nog niet uit waren. Weliswaar betekende dit zoekwerk iedere keer voor [appellante] (en haar onderaannemers) weer extra werk, maar dat maakt niet dat zij erop kon vertrouwen dat de onderhandelingen zeker tot een overeenkomst zouden leiden. Ook de lange duur en het regelmatig (in februari 2017, na twee maanden weer) moeten informeren naar de stand van zaken door [appellante] maakt niet dat [appellante] daar op kon vertrouwen. Dat geldt temeer nu [appellante] wist dat de Gemeente al die tijd zocht naar bezuinigingen en/of budget, terwijl het werk in de oorspronkelijke planning al bijna af had moeten zijn.