ECLI:NL:GHSHE:2020:2345
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.C.E. Ackermans-Wijn
- E.L. Schaafsma-Beversluis
- H.J.M. van Arkel- van Gasselt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ondertoezichtstelling minderjarigen wegens bedreigde ontwikkeling
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant die twee minderjarigen onder toezicht stelde van een gecertificeerde instelling. De ondertoezichtstelling was bedoeld om een ernstige bedreiging in de ontwikkeling van de kinderen weg te nemen.
De moeder betoogde dat zij onvoldoende was geïnformeerd en dat de ondertoezichtstelling gebaseerd was op een projectie van hulpverlening en school, terwijl er geen concrete bedreiging zou zijn. Zij stelde dat de taalbarrière en culturele verschillen onvoldoende werden meegenomen en dat de hulpverlening niet adequaat was afgestemd. De Raad voerde aan dat er sprake was van multi-problematiek met terugkerende overbelasting van de moeder en risico's voor de ontwikkeling van de kinderen.
Het hof overwoog dat hoewel er nog zorgen zijn, deze niet meer van dien aard zijn dat zij de voorwaarden voor ondertoezichtstelling rechtvaardigen. De situatie is verbeterd door de betrokkenheid van een hulpverlener met wie de ouders in hun eigen taal communiceren en die goede resultaten heeft geboekt. Het hof vernietigde daarom de beschikking voor de ondertoezichtstelling van de twee minderjarigen en wees het verzoek af, met behoud van toezicht op een derde minderjarige in het gezin.
De beslissing benadrukt dat de vrijwillige hulpverlening voldoende is en dat het belang van het ouderlijk gezag zwaarder weegt dan de noodzaak van ondertoezichtstelling op dit moment. Het hof erkent dat bij nieuwe zorgen snel kan worden ingegrepen.
Uitkomst: Het hof vernietigt de ondertoezichtstelling van de twee minderjarigen en wijst het verzoek van de Raad af wegens verbeterde situatie en voldoende vrijwillige hulpverlening.