Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de moeder, bijgestaan door mr. Gravesteijn;
- de vader, bijgestaan door mr. Krijger;
- de raad, vertegenwoordigd door mr. [vertegenwoordiger van de raad] ;
- het V6-formulier van de advocaat van de moeder d.d. 30 april 2020 met daarbij het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 12 december 2019;
- de brief van de advocaat van de moeder d.d. 27 mei 2020;
- de brief van de advocaat van de vader d.d. 27 mei 2020;
- de brief van de raad d.d. 5 juni 2020;
- de brief van de advocaat van de moeder d.d. 11 juni 2020;
- de brief van de advocaat van de vader d.d. 16 juni 2020.
3.De beoordeling
.
- bepaald dat [minderjarige] het hoofdverblijf bij de moeder heeft;
- de moeder in de gelegenheid gesteld om binnen een termijn van maximaal twee maanden na de datum van de beschikking samen met [minderjarige] terug te verhuizen naar [woonplaats vader] of directe omgeving;
- een zorgregeling vastgesteld zoals in die beschikking is weergegeven.
In hoger beroep heeft de raad, zoals hiervoor in rov. 3.6 weergegeven, geadviseerd de moeder toestemming te geven voor de verhuizing.