Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 1] ;
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
op dit momentnoodzakelijk is, voldoende accepteert. De moeder heeft (reeds in het vrijwillige kader) de voor de kinderen noodzakelijke hulpverlening ingeschakeld. Het gaat om hulpverlening die erop gericht is op de persoonlijke problemen van de kinderen. Uit niets blijkt dat de moeder niet zou kunnen waarborgen dat deze hulpverlening, die zij zelf van groot belang vindt voor de kinderen, wordt voortgezet. Dit volgt naar het oordeel van het hof ook uit het raadsrapport van 2 oktober 2019: de raad had (aanvankelijk) het vertrouwen dat de moeder hulp voor haar zelf zou blijven inzetten om haar trauma’s te verwerken en dat zij waar nodig hulpverlening voor kinderen zou inzetten (met name voor [minderjarige 2] ). Daarnaast is de moeder zelf al langere tijd in behandeling bij een psycholoog ten behoeve van traumaverwerking.