Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellante 1] ,wonende te [woonplaats] ,
Restaurant [X] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats]
Holding [X] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats]
14.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 23 oktober 2018;
- de antwoordakte van [X] c.s. van 20 november 2018, met productie 47;
- het deskundigenbericht van mr. drs. [deskundige] RA van 11 juni 2019, met bijlagen;
- de memorie na deskundigenbericht van AAV, met producties 50 tot en met 55;
- de memorie na deskundigenbericht van [X] c.s., met producties 53 tot en met 62;
- de beslissing van het hof ingevolge artikel 199 lid 1 Rv Pro van 1 juli 2019, waarbij de schadeloosstelling en het loon van de deskundige zijn vastgesteld.
15.De verdere beoordeling
nietgeslaagd is in de haar opgedragen bewijslevering en overweegt hierover het volgende.
nietdat tijdens het aan het tekenen van de opdrachtbevestiging voorafgaande telefoongesprek tussen [persoon Y] en de [echtgenoot van appellante 1] en [appellante 1] op 14 december 2010 (welk gesprek [persoon A] op verzoek van [persoon Y] via de speaker zou hebben mee geluisterd op kantoor bij [persoon Y] ) gesproken is over de hoofdelijke aansprakelijkheid van [appellante 1] . Dat [appellante 1] tijdens dat telefoongesprek op de vraag van de [echtgenoot van appellante 1] zou hebben geantwoord -zakelijk weergegeven- dat ze ook zou tekenen voor de kosten van de door [persoon Y] te verrichten werkzaamheden, betekent, zonder nadere toelichting die ontbreekt, nog niet dat daarmee bedoeld werd de hoofdelijke aansprakelijkheid te erkennen.
nietheeft vermeld dat tijdens het door hem meebeluisterde telefoongesprek tussen [persoon Y] en de [echtgenoot van appellante 1] van 9 december 2005, de [echtgenoot van appellante 1] aan [appellante 1] zou hebben gevraagd of zij akkoord gaat, onder andere met de hoofdelijke aansprakelijkheid en dat hij gehoord heeft dat [appellante 1] toen zou hebben gezegd dat zij daarmee akkoord ging. [persoon A] verklaart dit nu wel in zijn schriftelijke verklaring van 28 juni 2018, onder verwijzing naar zijn alsnog gevonden aantekeningen in de urenregistratie. Zoals ook [persoon A] bekend moet zijn geweest, hij was immers nauw betrokken bij de procedure tussen AAV/ [Y] en [appellante 1] , was de kwestie van de hoofdelijke aansprakelijk ook al prominent aan de orde ten tijde van het afleggen van zijn eerdere uitgebreide verklaring. Dat een zo belangrijk gegeven als het horen geven van het akkoord met hoofdelijke aansprakelijkheid door [appellante 1] over het hoofd is gezien, acht het hof niet geloofwaardig.
"(...) de door AAV aangereikte stukken zoals kopie facturen aan [X] en de Holding [X] B.V., zowel betaalde als onbetaalde facturen, over de periode 2009 tot en met 2013, urenverantwoording 2009 tot en met 2013, totaaloverzichten facturen en bestede uren (...)"
Het hof is ook niet duidelijk, als de deskundige zich heeft verdiept in de administratie voor [X] c.s., op welke wijze de deskundige dat heeft gedaan. De deskundige spreekt van een onderzoek op basis van
“de door AAV aangereikte stukken zoals (…)”, zonder een complete beschrijving te geven van de ontvangen stukken. Dat laat de mogelijkheid open dat de deskundige niet de beschikking heeft gehad over en/of inzage heeft gehad in alle relevante documenten en bronnen (waaronder de administratie van [X] c.s.). Bij het rapport zijn de door de deskundige onderzochte stukken, waaronder kopie facturen en de urenverantwoordingen, niet als bijlage gevoegd, zodat het hof en partijen niet kunnen nagaan in hoeverre het onderzoek compleet is geweest.