Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[minderjarige](hierna te noemen: [minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] (Oekraïne).
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak is de ondertoezichtstelling van een minderjarige, geboren in 2011, aan de orde. De rechtbank Oost-Brabant had op 20 februari 2020 de minderjarige onder toezicht gesteld van een gecertificeerde instelling voor de duur van één jaar. De vader is tegen deze beschikking in hoger beroep gekomen en verzocht primair om niet-ontvankelijkheid van de raad, subsidiair afwijzing van het verzoek tot ondertoezichtstelling en meer subsidiair beperking van de duur tot zes maanden.
Het hof oordeelt dat het ontbreken van de geboorteakte geen reden is voor niet-ontvankelijkheid, mede omdat de vader zelf over de akte beschikt en het belang van de minderjarige niet gediend is met aanhouding. Het hof bevestigt dat aan de wettelijke vereisten voor ondertoezichtstelling is voldaan, omdat de minderjarige ernstig wordt bedreigd in zijn ontwikkeling door eerdere blootstelling aan huiselijk geweld en de huidige communicatieproblemen tussen de ouders.
De moeder zorgt sinds februari 2020 alleen voor de minderjarige, de ouders zijn gescheiden en de vader heeft geen contact met de minderjarige. De gecertificeerde instelling heeft zorgen over de toekomst en de veiligheid van de minderjarige. De hulpverlening is noodzakelijk en de moeder werkt hieraan mee, terwijl onvoldoende is gebleken dat de vader de benodigde hulpverlening voor zichzelf zal accepteren. Het hof ziet geen reden om de duur van de ondertoezichtstelling te beperken en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling van de minderjarige voor de duur van één jaar.