ECLI:NL:GHSHE:2020:2017
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Verwijzing na Hoge Raad
- Y.G.M. Baaijens- van Geloven
- M.J.H.J. de Vries-Leemans
- A.H.T. de Haas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel hennepteelt na terugverwijzing Hoge Raad
Na terugverwijzing door de Hoge Raad heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch de zaak opnieuw beoordeeld. Betrokkene was eerder veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennepplanten, maar vrijgesproken van het telen en verwerken daarvan. De rechtbank had het wederrechtelijk verkregen voordeel aanvankelijk vastgesteld op € 353.121,00, later door het hof verlaagd naar € 72.250,00. De Hoge Raad vernietigde dit arrest en verwees de zaak terug vanwege onjuiste betrokkenheid van voordeel gerelateerd aan vrijspraak.
Het hof heeft onderzocht of betrokkene daadwerkelijk voordeel heeft genoten uit de hennepplanten. Hoewel de advocaat-generaal stelde dat de vermogenswaarde van de hennepplanten als genoten voordeel moet worden beschouwd, oordeelt het hof dat het enkel aanwezig hebben van de hennepplanten onvoldoende is om te concluderen dat betrokkene daadwerkelijk financieel voordeel heeft behaald. Er zijn geen aanwijzingen dat betrokkene de opbrengst heeft genoten, mede gezien de betrokkenheid van meerdere personen bij de hennepteelt.
Het hof benadrukt dat het reparatoire karakter van ontneming vereist dat het voordeel concreet en daadwerkelijk is verkregen. De rol van betrokkene bij de aanleg van de kwekerij en de vondst van gerelateerde goederen bij zijn woning zijn niet voldoende om het bestaan van daadwerkelijk genoten voordeel aan te nemen. Daarom wijst het hof de vordering tot ontneming af en vernietigt het het vonnis waarvan beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot ontneming af wegens onvoldoende bewijs van daadwerkelijk genoten wederrechtelijk voordeel.