Uitspraak
Een proces-verbaal van aanhouding d.d. 4 juli 2019, dossierpagina’s 24-26, betreffende het relaas van verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , voor zover inhoudende:
Een geschrift, te weten een ID Staat vreemdelingenrecht (op basis van identificatie met biometrie) d.d. 4 juli 2019, dossierpagina 66, voor zover inhoudende:
Een geschrift, te weten een ID Staat vreemdelingenrecht (op basis van identificatie met biometrie) d.d. 4 juli 2019, dossierpagina 68, voor zover inhoudende:
Een geschrift, te weten een ID Staat vreemdelingenrecht (op basis van identificatie met biometrie) d.d. 4 juli 2019, dossierpagina 69, voor zover inhoudende:
Een geschrift, te weten een ID Staat vreemdelingenrecht (op basis van identificatie met biometrie) d.d. 4 juli 2019, dossierpagina 67, voor zover inhoudende:
Een proces-verbaal van verhoor d.d. 4 juli 2019, dossierpagina’s 70-72, betreffende de verklaring van [persoon 1] , voor zover inhoudende:
A: Nee, ik heb het niet.
A: Een kennis heeft mij hier naartoe gebracht om te werken.
A: Nee.
A: In Duitsland, Berlijn. Bong Xuan, dit betreft een markt in Berlijn. Ik heb hier gewerkt voor Vietnamezen.
Een proces-verbaal van verhoor d.d. 4 juli 2019, dossierpagina’s 73-74, betreffende de verklaring van [persoon 4] , voor zover inhoudende:
A: Mijn roepnaam is [roepnaam persoon 4] . Mijn achternaam is [achternaam persoon 4] . Ik weet niet waar ik geboren ben. Ik ben een wees. Ik ben uit Vietnam vertrokken.
A Nee, ik heb ook nooit een paspoort gehad.
A: Ik ben vandaag vanuit Berlijn naar Nederland gegaan. Ik werkte sinds drie jaren in Berlijn op een Vietnamese markt. Vandaag kon ik met iemand mee, omdat die werk voor mij had. Ik wist niet waar ik naartoe ging.
A: Ik ben dakloos. Ik heb ook geen vergunning voor Duitsland.
A: Nee.
Een proces-verbaal van verhoor d.d. 4 juli 2019, dossierpagina’s 75-77 betreffende de verklaring van [persoon 2] , voor zover inhoudende:
A: Ik ben een jaar in Duitsland, Berlijn.
A: Ik heb in Duitsland gewerkt en mijn baas heeft mijn paspoort gehouden.
A: Ik wist niet waar ik naartoe moest. Ik moest van mijn baas in de auto om te werken. Mijn baas zat niet in de auto.
Een proces-verbaal van verhoor d.d. 4 juli 2019, dossierpagina’s 78-80, betreffende de verklaring van [persoon 3] , voor zover inhoudende:
A: Ik heb geen vast verblijfsadres. Ik verblijf de meeste tijd in Berlijn.
A: Ik ben met de auto en het vliegtuig gekomen, door mensen die weten wat ze moeten doen.
A: Dat weet ik niet. De georganiseerde instantie heeft dit voor mij geregeld.
A: Mijn baas zei dat ik met de auto mee moest gaan om ergens te gaan werken. Ik wist niet dat ik naar Nederland zou gaan.
A: Nee, dat ben ik anderhalf jaar geleden kwijt geraakt.
A: Ik heb mijn hele leven maar één paspoort gehad. Dit was het paspoort dat ik van die mensen gekregen heb om naar de ambassade te gaan.
A: Nee, heb ik nog nooit aangevraagd.
Een uittreksel European Criminal Records Information System (Justitiële Documentatie) Duitsland d.d. 9 juni 2020 betreffende de verdachte, voor zover inhoudende:
Een proces-verbaal van bevindingen onderzoek telefoongegevens [verdachte] (Huawei, IBN [goednummer] , [SIN] ) d.d. 22 augustus 2019, proces-verbaalnummer LBRCC19020-43, doorgenummerde pagina’s 1-13, betreffende het relaas van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] , voor zover inhoudende:
Chatgesprekken via WhatsApp tussen [gesprekspartner 1 van verdachte] en [verdachte]
het hof begrijpt: Parijs) naar B (
het hof begrijpt: Berlijn) en B naar P”.
het hof begrijpt: 7 juli 2019) voor jou”, en “Ik heb al tegen iemand anders ja gezegd voor woensdag”.
Chatgesprekken via WhatsApp tussen [gesprekspartner 2 van verdachte] en [verdachte]
het hof begrijpt: € 800,- voor 4 personen). [verdachte] antwoordde hierop met ‘echt niet’. Ik zag dat [verdachte] schreef dat de prijzen sinds 3 maanden veranderd waren. [gesprekspartner 2 van verdachte] vroeg hierop hoeveel hij dan zou krijgen. [verdachte] antwoordde dat hij ze niet zou vervoeren voor minder dan 1000/4p. Ik zag dat [gesprekspartner 2 van verdachte] hierop vroeg wanneer [verdachte] naar Berlijn zou kunnen komen en dat [verdachte] antwoordde met donderdag (
het hof begrijpt: 20 juni 2019). (…) Ik zag dat [gesprekspartner 2 van verdachte] vroeg of [verdachte] 100% zeker was voor donderdag en dat [verdachte] antwoordde dat als ze op zijn manier zouden werken dit zeker was. Ik zag [gesprekspartner 2 van verdachte] hierop antwoordde met ok en dat hij op hem zou wachten in Berlijn.
het hof begrijpt: 4 juli 2019) kon. (…) Ik zag dat [gesprekspartner 2 van verdachte] vroeg of [verdachte] donderdag van Berlijn naar Parijs kon komen. [verdachte] antwoordde met ‘ja’.
naar het hof begrijpt) [gesprekspartner 2 van verdachte] aan [verdachte] vroeg of hij oké was voor vandaag. [verdachte] antwoordde met ‘ja, mijn vriend’. Ik zag dat [verdachte] om 9.37 uur schreef dat hij al bij het adres van [gesprekspartner 2 van verdachte] was. Ik zag dat [verdachte] om 10.16 uur schreef dat hij naar het ontmoetingspunt was. Ik zag dat [gesprekspartner 2 van verdachte] een bestand doorstuurde naar [verdachte] met daarboven de tekst ‘naar dit adres’ (
het hof begrijpt dat dit het adres is waar de 4 personen naartoe gebracht moeten worden). Ik zag dat dit een adres was in Nogent-Sur-Marne (
hof: gelegen op 10,6 kilometer van het centrum van Parijs) (Frankrijk). Ik zag dat [gesprekspartner 2 van verdachte] schreef of dit ok was en dat [verdachte] hierop om 10.22 uur antwoordde met ‘ok, tot snel mijn vriend’. Ik zag dat [gesprekspartner 2 van verdachte] van 20.08 uur tot en met 23.24 uur nog 17 WhatsApp-berichten naar [verdachte] heeft gestuurd. Ik zag dat [verdachte] op al deze berichten niet meer heeft gereageerd.
Chatgesprekken via WhatsApp tussen [gesprekspartner 3 van verdachte] en [verdachte]
Chatgesprekken via WhatsApp tussen [gesprekspartner 4 van verdachte] en [verdachte]
hof: [verdachte]) werkt. Zij weten niet of het toeval is of pech dat [verdachte] nu in de problemen zit. [verdachte] heeft in ieder geval geen fout gemaakt.
De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van de rechtbank d.d. 8 oktober 2019, voor zover inhoudende:
pagina 2)
pagina 3)
pagina 4)
het hof begrijpt: vanuit Berlijn) terugging na Parijs. De politie heeft mij toen gearresteerd omdat ik personen vervoerde zonder identiteitsbewijs. Dat was, denk ik, in maart 2018. Na mijn arrestatie in Frankrijk heb ik contact opgenomen met de Vietnamese man. Hij is één van de Vietnamese mannen uit de groep waarmee ik zaken deed.
pagina 5)
pagina 6)
pagina 7)
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) jaren;