ECLI:NL:GHSHE:2020:1770
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging ondertoezichtstelling ondanks onuitvoerbaarheid hulpverlening
In deze zaak gaat het om de verlenging van de ondertoezichtstelling (OTS) van twee minderjarige kinderen, geboren in 2004 en 2008, die sinds 2017 onder toezicht staan. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van de OTS door de rechtbank Oost-Brabant. Zij betoogt dat de GI (Gecertificeerde Instelling) haar wettelijke taak niet kan uitvoeren en dat de ondertoezichtstelling geen zin meer heeft omdat de kinderen hulpverleningsmoe zijn en er veel wisselingen in gezinsvoogden zijn geweest.
De GI geeft aan dat zij geen verzoek tot verlenging zal indienen omdat de kinderen het goed doen in hun eigen gezinnen en dat voortzetting van de gedwongen hulpverlening een bedreiging vormt voor hun ontwikkeling. De juridische strijd tussen de ouders duurt voort, waardoor het KUK-traject is stopgezet en er geen parallel ouderschap mogelijk is.
Het hof overweegt dat de rechtbank op juiste gronden de OTS heeft verlengd tot 2 juni 2020. Hoewel de GI haar taak niet kan uitvoeren, is er nog steeds sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging vanwege de ouderlijke strijd en het ontbreken van contact tussen de kinderen en de andere ouder. Het hof bekrachtigt de beschikking en benadrukt dat de ouders hun verantwoordelijkheid moeten nemen om de ouderproblematiek aan te pakken, ook met hulpverlening.
De ondertoezichtstelling wordt niet eerder beëindigd dan 2 juni 2020, ondanks het feit dat de GI geen verlenging zal aanvragen. Het hof wijst het meer of anders verzochte af en verzoekt de griffier een afschrift van de uitspraak toe te zenden aan het centraal gezagsregister.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de ondertoezichtstelling tot 2 juni 2020 ondanks dat de GI haar taak niet kan uitvoeren.