Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de moeder en de vader, bijgestaan door hun advocaat;
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI 1] en [vertegenwoordiger van de GI 2] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft het hoger beroep van ouders tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van hun twee kinderen, geboren in 2012 en 2015, die sinds september 2018 onafgebroken onder toezicht staan van de gecertificeerde instelling (GI).
De rechtbank had de machtiging tot uithuisplaatsing van beide kinderen verlengd tot 21 juni 2020, waarbij de kinderen in een pleegzorgvoorziening verbleven. De ouders betoogden dat zij hard aan zichzelf hadden gewerkt, de gestelde voorwaarden hadden vervuld en dat het perspectief van de kinderen bij hen zou moeten liggen. Zij maakten zich ook zorgen over de situatie in het pleeggezin.
De GI stelde dat de kinderen vanwege hun eigen problematiek veel vragen van opvoeders en dat de ouders niet in staat zijn een stabiele opvoedsituatie te bieden vanwege persoonlijke problematiek, relatieproblemen en financiële zorgen. Het hof overwoog dat de wettelijke vereisten voor verlenging van de machtiging waren vervuld, dat de kinderen ernstige gedragsproblemen en trauma’s vertonen, en dat een stabiele opvoedomgeving noodzakelijk is. De ouders kunnen dit momenteel niet bieden. Daarom werd de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing bekrachtigd en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige kinderen wordt verlengd vanwege het ontbreken van een stabiel opvoedklimaat bij de ouders.