Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellante] ,wonende te [woonplaats] ,
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 3] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 4] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 5] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/339526 / HA ZA 18-706)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties;
- het verzoek arrest van [geintimeerden c.s.] ;
- het verzoek nadere akte van [appellanten c.s.] , gedaan bij het fourneren, welk verzoek door het hof als tardief is geweigerd.
3.De beoordeling
plaatsen een hekwerk van groene buizen met gaas van 2 meter hoog bij de perceelsgrens. (…) Het hekwerk markeert de erfgrens tussen beide percelen. Deze wijkt af van de erfgrens zoals bij het Kadaster geregistreerd staat. Daarmee wordt het geschil over de erfgrens beëindigd. Mijn cliënte[ [eigenaresse] , hof]
zal geen aanspraak meer maken op een andere erfgrens op grond van verjaring of op welke grond dan ook. De eigenaren van de [adres 1] erkennen deze erfgrens als juridisch juist. (…) Mijn cliënte heeft het recht om deze nieuwe erfgrens notarieel vast te leggen en/of te laten registreren bij het Kadaster. Als zij daarvoor kiest, zijn de kosten daarvan voor haar rekening.”
subsidiairtot betaling van schadevergoeding ten bedrage van € 40.643,25 althans een in goede justitie te bepalen bedrag te vermeerderen met rente;