Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 23 juli 2019;
- de memorie van antwoord van de gemeente (in de hoofdzaak), met producties 26 en 27.
6.De verdere beoordeling
vordering 1.aen
vordering 1.bin conventie toegewezen. Daartoe heeft kantonrechter onder meer overwogen dat de stichting niet heeft bestreden dat de stand van de schuld aan huur- en gebruiksvergoedingen per september 2018 € 528.913,-- bedroeg. Het beroep van de stichting op opschorting van de betalingsverplichting heeft de kantonrechter verworpen, alleen al omdat onaannemelijk is dat de gemeente enige verplichting jegens de stichting heeft, die zij zou moeten nakomen. Daaraan heeft de kantonrechter toegevoegd dat de samenwerkingsovereenkomst bepalend is en dat de stichting in dat convenant geen concrete verplichting van de gemeente heeft aangewezen waaraan de gemeente niet zou hebben voldaan.
vordering 3heeft de kantonrechter afgewezen. Nu alleen de stichting in hoger beroep is gekomen, zijn deze niet aan de orde in hoger beroep.
vordering 2.a primairen de bijbehorende vordering tot ontruiming alsmede
vordering 4 primairtoegewezen.
vordering 7.