Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 28 augustus 2018 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van comparitie van 8 november 2018;
- de memorie van grieven, met producties 3 tot en met 5;
- de memorie van antwoord, met één productie.
6.De beoordeling
De rechtbank heeft ten onrechte de vordering tot betaling van € 5.400,- afgewezen, omdat deze vordering in onvoldoende mate zou zijn onderbouwd en de vordering door de gedaagde wordt betwist. Dat geldt ook voor de vordering tot betaling van incassokosten en rente.’ In randnummers 5 tot en met 15 van de memorie van grieven heeft [appellant] de grief toegelicht. Voorts heeft hij, in randnummer 16 van de memorie van grieven, een bewijsaanbod gedaan.