Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 3] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 4] ,
[geïntimeerde 5] ,
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 25 juni 2019;
- het proces-verbaal van de enquête van 16 oktober 2019;
- een formulier H16 van 5 november 2019, waarbij [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] afzien van contra-enquête;
- een formulier H16 van 5 november 2019, waarbij [geïntimeerde 3] afziet van contra-enquête;
- een formulier H16 van 5 november 2019, waarbij [geïntimeerde 4] afziet van contra-enquête;
- de memorie na enquête van [appellant] van 3 december 2019 met één productie;
- de antwoordmemorie na enquête van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] van 14 januari 2020 met twee producties;
- de antwoordmemorie na enquête van [geïntimeerde 3] van 14 januari 2020 met twee producties;
- de antwoordmemorie na enquête van [geïntimeerde 4] van 14 januari 2020.
6.De verdere beoordeling
- 29-06-2010 Fixit [vestigingsplaats] € 400,00
- 19-05-2011 Scooter Plaza [vestigingsplaats] € 500,00
- 05-10-2011 Gebit € 5.000,00
- 06-03-2013 Computer € 494,95
- 13-09-2013 Overboeking [appellant] € 500,00
- 20-01-2014 Overboeking [appellant]
alleerven is gebeurd. Wat dat betreft is de verklaring van [appellant] helder. Echter: zowel uit zijn verklaring als uit die van de echtgenote van [geïntimeerde 5] volgt dat het initiatief hiertoe afkomstig was van [geïntimeerde 4] , zodat [appellant] in elk geval niet eigenmachtig heeft gehandeld. Voorts volgt uit de afgelegde verklaringen, in onderling verband gelezen, dat [appellant] de overige erven de gelegenheid heeft geboden om zaken die zij nog wilden hebben op te komen halen. Voor zover zij daar eerder of bij gelegenheid van het ontruimen van de woning geen gebruik van hebben gemaakt, mocht [appellant] ervan uitgaan dat zij geen prijs meer stelden op deze zaken. Dat deze een bijzondere emotionele of economische waarde vertegenwoordigden, die aan het afvoeren in de weg zouden staan of de kosten voor het afvoeren in relevante mate zouden overtreffen, is in rechte niet gesteld of aannemelijk geworden, ook niet op grond van de overgelegde inboedellijsten. Het tegendeel lijkt eerder te volgen uit de verklaringen van [dochter van geintimeerde 5] en [dochter van geintimeerde 4] . Dat de boedel is benadeeld door het overdragen van het restant aan de Stichting Go for Africa is dan ook niet gebleken. Dat [appellant] hiervoor een relevante vergoeding heeft ontvangen evenmin.
- Interpoint Computers [vestigingsplaats] : € 455,00 (r.o. 3.12.1)
- betalingen ten laste van de boedel : € 640,12 (r.o. 3.18)
- betaling 22 maart 2011 : € 500,00 (r.o. 6.3)
- leningen :
- [appellant] heeft recht op € 17.302,15, verminderd met het aan hem toegerekende deel van de vorderingen van de boedel ad € 3.090,07, zodat [appellant] per saldo ontvangt € 14.212,08;
- [geïntimeerde 3] heeft recht op € 17.302,15, verminderd met de aan haar toegedeelde zaken ad € 125,=, zodat zij per saldo zal ontvangen € 17.177,15;
- [geïntimeerde 2] heeft recht op € 17.302,15, verminderd met de aan haar toegedeelde zaken ad € 25,=, zodat zij per saldo zal ontvangen € 17.277,15;
- [geïntimeerde 4] , [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 5] hebben elk recht op € 17.302,15.