ECLI:NL:GHSHE:2020:1456

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
30 april 2020
Publicatiedatum
30 april 2020
Zaaknummer
20-000741-20
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 66 Wetboek van StrafvorderingArt. 1 Wet op de identificatieplicht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging en schorsing voorlopige hechtenis verdachte met plaatsing stelselmatige daders

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 30 april 2020 besloten het bevel tot gevangenhouding van verdachte te verlengen met een termijn van 120 dagen. Dit bevel was aanvankelijk geldig tot 14 mei 2020. Verdachte is veroordeeld tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor twee jaren, waarvan de tenuitvoerlegging langer duurt dan de verlengde voorlopige hechtenisperiode.

Tijdens de raadkamer is namens verdachte een mondeling verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis gedaan. Het hof overweegt dat vanwege de ernst van de feiten en het feit dat verdachte sinds 8 mei 2019 in voorarrest zit, voortzetting van de voorlopige hechtenis disproportioneel zou zijn. Daarnaast is door de coronacrisis nog geen zicht op een inhoudelijke behandeling in hoger beroep.

Het hof wijst het verzoek tot schorsing toe onder strikte voorwaarden, waaronder medewerking aan identificatie, meldplicht bij de reclassering, onthouding van strafbare feiten en gehoor geven aan oproepingen van politie en justitie. De voorlopige hechtenis wordt geschorst vanaf een nader te bepalen datum tot aan de einduitspraak in hoger beroep. De reclassering krijgt toezicht- en begeleidingsbevoegdheden toegewezen.

Uitkomst: Het hof verlengt het bevel tot gevangenhouding met 120 dagen en schorst de voorlopige hechtenis onder voorwaarden tot aan de einduitspraak in hoger beroep.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling strafrecht
Parketnummer 1e aanleg : [parketnummer]
Parketnummer : 20-000741-20
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de vordering van de advocaat-generaal van 28 april 2020 strekkende tot verlenging van de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding van
[naam verdachte]
geboren te [geboortedatum]
wonende te [adres]
thans gedetineerd te [detentieplaats]
Dit bevel is op grond van artikel 66, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, van kracht tot 14 mei 2020.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door zijn raadsman
mr. M.J. Crombach.
Het gerechtshof is na onderzoek gebleken dat de verdenking, bezwaren en gronden die tot het laatstelijk verleende bevel tot gevangenhouding van verdachte hebben geleid, ook thans nog bestaan. De vordering van de advocaat-generaal zal dus worden toegewezen, met dien verstande dat de voorlopige hechtenis ook komt te berusten op de grond dat in het bestreden vonnis van de [rechtbank] van 10 maart 2020 een vrijheidsbenemende maatregel is opgelegd namelijk plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren waarvan de tenuitvoerlegging langer duurt dan de periode van het op grond van artikel 66, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering verlengde bevel tot gevangenhouding.
Namens verdachte is in raadkamer een mondeling verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis gedaan. Het hof overweegt als volgt.
Verdachte is door de rechtbank veroordeeld tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders. Bij het opleggen van deze maatregel is door de rechtbank geen aftrek toegepast van de tijd welke verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Verdachte bevindt zich sinds 8 mei 2019 in voorarrest. Onder meer vanwege de coronacrisis is er nog geen zicht op een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Gelet op de aard en de ernst van de aan verdachte verweten feiten is er naar het oordeel van het hof sprake van een te grote disproportionaliteit wanneer de voorlopige hechtenis nog langer zou voortduren. Het hof zal daarom de voorlopige hechtenis schorsen onder na te melden voorwaarden tot aan de dag van de uitspraak in deze zaak in hoger beroep.
Het hof wijst toe het verzoek en schorst de voorlopige hechtenis
met ingang van [datum] om 10.00 uur tot aan de dag van de uitspraak in deze zaak in hoger beroep, onder na te melden voorwaarden:

BESCHIKKENDE:

Verlengtde geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding van verdachte voor een termijn van honderdtwintig dagen.

Wijst toe het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Beveelt dat de voorlopige hechtenis van verdachte zal worden geschorst
met ingang van [datum] om 10:00 uur tot aan de dag van de einduitspraak in deze zaak in hoger beroep.

Stelt aan de verdachte als voorwaarden der schorsing:

  • dat verdachte – indien de opheffing der schorsing mocht worden bevolen – zich aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis, niet zal onttrekken;
  • dat verdachte – ingeval hij wegens het feit waarvoor voorlopige hechtenis is bevolen – tot andere dan vervangende vrijheidsstraf mocht worden veroordeeld, zich aan de tenuitvoerlegging daarvan niet zal onttrekken;
  • dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
  • verdachte dient zich binnen drie werkdagen te melden bij Reclassering Nederland op het [adres]. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt om het reclasseringstoezicht uit te voeren;
  • verdachte werkt mee aan het toezicht en de begeleiding door de reclassering, zo lang als de reclassering dat nodig vindt. Hieronder valt ook het meewerken aan huisbezoeken. Verdachte houdt zich aan de door de reclassering te geven aanwijzingen;
  • De reclassering wordt opgedragen toezicht te houden op de naleving van deze voorwaarden en verdachte daarbij te begeleiden;
  • dat verdachte zich gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis zal onthouden van het plegen van strafbare feiten;
  • dat verdachte gehoor zal geven aan alle oproepingen van politie en justitie.
  • dat verdachte zich op de dag van de einduitspraak in deze zaak in hoger beroep om uiterlijk 08.30 uur weer zal melden bij de dienstdoende ambtenaar in het paleis van justitie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch aan de Leeghwaterlaan 8, 5223 BA in ’s-Hertogenbosch.
Aldus gedaan op 30 april 2020
door mr. R.A.T.M. Dekkers, voorzitter, mr. M.E.F.H. van Erve en mr. G.P.M.F. Mols, raadsheren, in tegenwoordigheid van mw. S.J.H. van Beekveld, griffier.
De advocaat-generaal gelast de tenuitvoerlegging van vorenstaande beschikking en brengt deze ter kennis van verdachte.
’s-Hertogenbosch, 30 april 2020
De advocaat-generaal,
Gezien d.d.
De Directeur van [detentieplaats]