ECLI:NL:GHSHE:2020:1344
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beëindiging ouderlijk gezag vader over minderjarige in pleeggezin
De zaak betreft het hoger beroep van de vader tegen de beschikking van de rechtbank die het ouderlijk gezag van beide ouders over hun minderjarige kind beëindigde. De minderjarige verblijft sinds 2013 in een pleeggezin en staat sinds 2015 onder toezicht van een gecertificeerde instelling. De vader betoogt dat hij een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt, het perspectief van het kind in het pleeggezin ondersteunt en dat beëindiging van zijn gezag niet noodzakelijk is.
De raad voor de kinderbescherming en de gecertificeerde instelling stellen dat beëindiging van het gezag noodzakelijk is vanwege het ontbreken van perspectief op terugplaatsing en de behoefte aan duidelijkheid voor het kind. De pleegvader bevestigt de positieve ontwikkeling van het kind en de goede samenwerking met de vader.
Het hof overweegt dat het belang van het kind voorop staat en dat het kind gebaat is bij continuïteit en duidelijkheid. Gelet op de positieve houding van de vader en de goede samenwerking met het pleeggezin, acht het hof het mogelijk dat de vader het gezag behoudt en dat het kind vrijwillig in het pleeggezin kan blijven wonen. Tegelijkertijd wordt vanwege de financiële zekerheid de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing hernieuwd. De bestreden beschikking wordt vernietigd voor zover het gezag van de vader is beëindigd, en het gezag van de vader herleeft.
Uitkomst: Het hof herstelt het ouderlijk gezag van de vader en wijst het verzoek tot beëindiging van zijn gezag af, met verlenging van ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing in het pleeggezin.