Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
de heer [erflater] ,tevens erfgenaam,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
Naast executeur en daarmee vertegenwoordiger van de erfgenamen in en buiten rechte, is [appellant 1] zelf immers ook erfgenaam. Volgens [geïntimeerde] en [belanghebbende/erfgename] handelt [appellant 1] met name in zijn eigen belang en in dat van [appellant 2] en [appellant 3] , welk belang in strijd is met het belang van [geïntimeerde] en [belanghebbende/erfgename] . Ook is ter zitting gebleken dat de rol van mr. Wagemans, die [appellant 1] intensief begeleidt bij de uitvoering van zijn taken, tot argwaan bij [geïntimeerde] en [belanghebbende/erfgename] heeft geleid. Enerzijds wekt mr. Wagemans de indruk dat hij als advocaat van de executeur optreedt, anderzijds geeft hij aan alle erfgenamen te vertegenwoordigen. Van dat laatste heeft hij volgens [geïntimeerde] en [belanghebbende/erfgename] in zijn handelen echter geen blijk gegeven
(…)
Het niet (aanstonds) verstrekken van deze belangrijke informatie aangaande de gestelde rekening-courantovereenkomst heeft in ieder geval tot ergernis en (begrijpelijk) wantrouwen geleid bij [geïntimeerde] en [belanghebbende/erfgename] .
Hierbij kan in het midden worden gelaten wat de oorzaak is van het niet delen van deze informatie.
Met [geïntimeerde] en [belanghebbende/erfgename] constateert het hof dat deze noodzaak c.q. gewenstheid van die uitkeringen aan de erfgenamen – in het licht van het ‘verdere verloop van de onderhavige procedure en gezien de vele onzekerheden die (…) op dit moment ten aanzien van de omvang van de Nalatenschap en de afwikkeling van de Nalatenschap bestaan’ (zie punt 13 van het verweerschrift in hoger beroep) – als ook het moment waarop, minst genomen discutabel is. In ieder geval heeft ook deze wijze van handelen geen vertrouwen bevorderd bij [geïntimeerde] en [belanghebbende/erfgename] .
Voorts speelt ook de complexiteit van de nalatenschap een rol, nu [appellant 1] , maar ook [appellant 2] en [appellant 3] , tijdens de mondelinge behandeling hebben aangegeven dat zij nog geen oplossing hebben voor met name de omvangrijke schuld van de BV aan de nalatenschap. De combinatie van èn de verstoorde verhoudingen tussen erfgenamen èn het gegeven van een bijzonder gecompliceerde nalatenschap, maakt dat de beslissing van de rechtbank om [appellant 1] te ontslaan als executeur c.a. in de nalatenschap wegens gewichtige reden als bedoeld in artikel 4:149 lid 2 BW Pro, dient te worden bekrachtigd.