Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/346130/ HA ZA 18-396)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het tegen de man verleende verstek;
- de memorie van grieven met producties en eiswijziging.
3.De beoordeling
vrouwheeft tijdig hoger beroep ingesteld. Zij heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bepaalde onder 4.3. en 4.4. van het bestreden vonnis en opnieuw rechtdoende, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
manheeft geen verweer in hoger beroep gevoerd. Tegen hem is verstek verleend.
rechtbankoverwoog in rov. 3.74 en verder:
vrouwbetoogt met haar grieven dat de rechtbank ten onrechte:
alledoor de man gevorderde zaken.
hofstelt allereerst vast dat de grief zich, blijkens de onderbouwing daarvan, richt tegen het oordeel van de rechtbank over het zich in de macht van de vrouw bevinden van de velgen. De grief richt zich niet tegen het oordeel van de rechtbank over het kettingslot – althans in zoverre is de grief niet onderbouwd (de enkele vermelding onder grief 4 “de vrouw kan ook niet zeggen dat het slot er was” is daartoe onvoldoende – en evenmin tegen het oordeel van de rechtbank dat de roerende zaken eigendom van de man waren. De vordering tot vernietiging van het oordeel van de rechtbank over het kettingslot , moet daarom worden afgewezen. In zoverre falen de grieven 1, 2 en 3.
hofis van oordeel dat de grief slaagt en overweegt hiertoe als volgt. Het hof gaat er van uit dat de vrouw de man in ieder geval het feitelijk bezit heeft verschaft van de voertuigen en het Alpina stuur. Voor zover zich daarbij niet de velgen (in de BMW) en het kettingslot bevonden, is gelet op de aard en omvang van de schade die de man zou lijden bij niet naleving van de hoofdveroordeling (het afgeven van de velgen en het kettingslot) een dwangsom niet aan de orde. In het geval van het verbinden van een dwangsom aan die hoofdveroordeling, ontstaat naar het oordeel van het hof een wanverhouding tussen het belang van de man (het in het bezit krijgen van zijn eigendommen) en de rechtszekerheid enerzijds en de gerechtvaardigde belangen van de vrouw bij bescherming tegen excessen anderzijds. Grief 4 slaagt daarom en het bestreden vonnis zal in zoverre worden vernietigd.