ECLI:NL:GHSHE:2020:1198
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na bezwaar en beroep
Belanghebbende is eigenaar van een woning die in 1930 is gebouwd. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2016 vast op €141.000, gebaseerd op een taxatierapport met vergelijkbare referentieobjecten. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze waarde en stelde een lagere waarde van €95.000 voor, onderbouwd met een eigen taxatierapport.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het gerechtshof. Tijdens de procedure werd vastgesteld dat de heffingsambtenaar de waarde aannemelijk had gemaakt met een gedetailleerde vergelijking van referentieobjecten, waarbij correcties voor ligging, inhoud, onderhoudstoestand en kwaliteit waren toegepast.
Belanghebbende voerde aan dat gebreken zoals het ontbreken van warm water en centrale verwarming en een te vernieuwen dak de waarde drukken. Het hof oordeelde dat deze waardedruk reeds was verwerkt in de taxatie en dat het aanvullende taxatierapport van belanghebbende geen aanleiding gaf tot verlaging van de waarde.
Het hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €141.000 wordt bevestigd.