Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Verzoekster is door de rechtbank Limburg onder curatele gesteld vanwege haar lichamelijke en geestelijke toestand, waarbij verweerster tot curator is benoemd. Verzoekster kwam hiertegen in hoger beroep en verzocht vernietiging van de beschikking, subsidiair het instellen van minder verstrekkende beschermingsmaatregelen zoals bewind of mentorschap, en ontslag van de curator.
Het hof overwoog dat op grond van artikel 1:378 BW Pro een ondercuratelestelling kan worden uitgesproken wanneer iemand zijn belangen niet behoorlijk waarneemt door lichamelijke of geestelijke toestand en dat dit niet met minder verstrekkende voorzieningen kan worden bewerkstelligd. De curator was bevoegd het verzoek tot ondercuratelestelling in te dienen, ongeacht de door verzoekster ondertekende verklaring die zij onder dwang zou hebben afgelegd.
Uit medische stukken bleek een stoornis binnen het schizofreniespectrum bij verzoekster, met een marginaal functioneren en beïnvloedbaarheid door derden. Het hof achtte een ondercuratelestelling passend en vond geen grond voor lichtere maatregelen. Tevens was onvoldoende gebleken dat de curator haar taken niet naar behoren vervulde of dat er een vertrouwensbreuk bestond die ontslag zou rechtvaardigen.
Het verzoek tot proceskostenveroordeling werd afgewezen en de proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd. De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De ondercuratelestelling wordt bekrachtigd en het verzoek tot ontslag van de curator wordt afgewezen.