Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellante] ,laatstelijk wonende te [woonplaats] ,
[appellant],
wonende te [woonplaats] ,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele procedure vordert de vereffenaar van de nalatenschap van de overleden moeder schorsing van de procedure op grond van artikel 225 lid 1 onder Pro a en c Rv. De moeder was onterfd en de nalatenschap werd door de enige erfgenaam verworpen, waarna andere erfgenamen tot de nalatenschap werden geroepen. De vereffenaar is benoemd en heeft haar werkzaamheden gestart.
De vereffenaar stelt dat vanwege de complexiteit van de nalatenschap en de lopende procedures schorsing noodzakelijk is. De geïntimeerde steunt dit standpunt en stelt dat de vereffenaar bevoegd is om de procedure te schorsen en de moeder of haar rechtsopvolgers te vertegenwoordigen.
Het hof oordeelt dat de vereffenaar als belanghebbende kan worden aangemerkt en dat de schorsing rechtsgeldig is ingegaan op 18 december 2018, de datum van de akte houdende schorsing. Het hof wijst de vordering toe, stelt vast dat de procedure is geschorst en besluit de zaak ambtshalve door te halen, met de mogelijkheid tot hervatting in de huidige stand van zaken.
Uitkomst: De procedure is geschorst vanaf 18 december 2018 en de zaak wordt ambtshalve doorgehaald.