Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
[verzoeker] is vanwege een ernstige ziekte, in verband waarmee een eerder bepaalde behandeling toen geen doorgang heeft gevonden, niet verschenen.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak ging het om een verzoek van verzoeker om beheerder [beheer] B.V. te ontslaan en te vervangen, gebaseerd op een vermeend gemeenschappelijk beheer van vastgoed. De rechtbank Limburg had verzoeker niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen sprake meer was van een gemeenschappelijk beheer sinds het arrest van het hof op 28 april 2015, waarin de gemeenschap was ontbonden en verdeeld.
Verzoeker stelde in hoger beroep dat er nog steeds sprake was van een gemeenschap en beheersregeling, omdat levering van de panden nog niet had plaatsgevonden en hij aanspraak maakte op overbedelingsvergoeding en huurinkomsten. Verweerder stelde dat de verdeling kracht van gewijsde had en dat alle rechten en plichten per peildatum op hem waren overgegaan, zodat verzoeker geen vermogensrechtelijke positie meer had.
Het hof overwoog dat de verdeling definitief was en dat verzoeker formeel nog mede-eigenaar was, maar in vermogensrechtelijke zin geen belang meer had bij een verzoek tot rechterlijke uitspraak over beheer. Daarom werd verzoeker ook in hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd en de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang en veroordeeld in de proceskosten.