Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 24 augustus 2018;
- de brief met bijlagen van de GI van 29 november 2018.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 14 februari 2019 het hoger beroep behandeld tegen de beschikking van de rechtbank Limburg die een minderjarige onder toezicht stelde van een gecertificeerde instelling voor de periode van 24 augustus 2018 tot 24 augustus 2019.
De ouders voerden aan dat de raad de rechtbank onjuist had geïnformeerd en dat de wettelijke vereisten voor ondertoezichtstelling niet waren vervuld. Zij betwistten ook het risico op eergerelateerd geweld en wezen op de serieuze houding van de minderjarige ten aanzien van haar opleiding. De raad en de gecertificeerde instelling handhaafden het verzoek tot ondertoezichtstelling, stellende dat er sprake is van een instabiele thuissituatie met huiselijk geweld, gedragsproblemen bij de minderjarige en onvoldoende effect van vrijwillige hulpverlening.
Het hof oordeelde dat de wettelijke gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig zijn. De minderjarige groeit op in een gezin met huwelijksproblemen en alcoholproblematiek bij de vader, waarbij huiselijk geweld heeft plaatsgevonden. De minderjarige vertoont zelfbepalend gedrag, heeft posttraumatische stressklachten en impulscontroleproblematiek. Hulpverlening via MDFT en EMDR is ingezet, maar het vrijwillige kader heeft onvoldoende effect gehad. De ouders werken wisselend mee en overwegen emigratie, wat de situatie bemoeilijkt.
Het hof concludeerde dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is om de veiligheid en ontwikkeling van de minderjarige te waarborgen en bekrachtigde de beschikking van de rechtbank. De vordering tot proceskostenvergoeding door de ouders werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling van de minderjarige wegens een ernstig bedreigde ontwikkeling en instabiele thuissituatie.