ECLI:NL:GHSHE:2019:4947

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
9 oktober 2019
Publicatiedatum
19 september 2023
Zaaknummer
20-000321-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep na intrekking door verdachte

In deze strafzaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het hoger beroep van verdachte behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Limburg. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep heeft verdachte zijn hoger beroep ingetrokken, nog voordat het hof aan de inhoudelijke behandeling van de zaak was toegekomen.

De advocaat-generaal stemde in met deze intrekking, ondanks dat deze formeel te laat was ingediend. Omdat verdachte daarmee aangaf geen bezwaren meer te hebben tegen het vonnis in eerste aanleg en er geen ander rechtens te beschermen belang was, besloot het hof toepassing te geven aan artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Het hof verklaarde daarop verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer, waarbij één raadsheer wegens omstandigheden niet medeondertekende.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

Parketnummer : 20-000321-18
Uitspraak : 9 oktober 2019

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Limburg van 26 januari 2018 in de strafzaak met parketnummer 03-659030-17 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,
thans gedetineerd in Vught PPC te Vught.
Hoger beroep
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Het van de zijde van de verdachte ingestelde hoger beroep is ingetrokken d.d. 20 september 2019, derhalve nadat de terechtzitting in hoger beroep is aangevangen maar voordat het hof aan een onderzoek naar de feiten is toegekomen.
De advocaat-generaal heeft met deze intrekking, hoewel deze formeel te laat is, ingestemd.
Nu de inhoudelijke behandeling van de zaak nog niet is aangevangen en verdachte door het 'intrekken' van zijn hoger beroep te kennen heeft gegeven dat zijn bezwaren tegen het vonnis in eerste aanleg niet worden gehandhaafd zal het hof, nu het belang van de verdachte noch enig ander rechtens te beschermen belang gediend is met een behandeling van het hoger beroep, toepassing geven aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en zal het hof het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Aldus gewezen door:
mr. E.N. van der Spoel, voorzitter,
mr. F.C.J.E. Meeuwis en mr. R. Lonterman, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. L.J.J.G. Verhaeg, griffier,
en op 9 oktober 2019 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. R. Lonterman is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.