ECLI:NL:GHSHE:2019:4947
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep na intrekking door verdachte
In deze strafzaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het hoger beroep van verdachte behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Limburg. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep heeft verdachte zijn hoger beroep ingetrokken, nog voordat het hof aan de inhoudelijke behandeling van de zaak was toegekomen.
De advocaat-generaal stemde in met deze intrekking, ondanks dat deze formeel te laat was ingediend. Omdat verdachte daarmee aangaf geen bezwaren meer te hebben tegen het vonnis in eerste aanleg en er geen ander rechtens te beschermen belang was, besloot het hof toepassing te geven aan artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Het hof verklaarde daarop verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer, waarbij één raadsheer wegens omstandigheden niet medeondertekende.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep na intrekking van het hoger beroep.