Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
01-845181-14 tegen:
[verdachte] ,
niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen tot schadevergoeding. De benadeelde partijen hebben zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd, zodat de vorderingen niet aan het oordeel van het hof zijn onderworpen
- de verdachte zal vrijspreken van de onder 1 primair ten laste gelegde diefstal in vereniging van de delicten 2, 3, 4, 5, 6, 8, 10, 11, 13, 14 en 15 en de onder 1 primair cumulatief/alternatief ten laste gelegde opzetheling van de delicten 1, 9, 12 en 19;
- bewezen zal verklaren de onder 1 primair ten laste gelegde diefstal in vereniging met betrekking tot de delicten 1, 9, 12 en 19 en de onder 1 primair cumulatief/alternatief ten laste gelegde opzetheling met betrekking tot de delicten 2, 3, 4, 5, 6, 8, 10, 11, 13, 14, 15 en 16 en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaar en 8 maanden, met aftrek van voorarrest;
- de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] zal toewijzen tot een bedrag van € 67,11, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht tot datzelfde bedrag, subsidiair 1 dag hechtenis en voor het overige de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal verklaren in de vordering;
- de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5] zal toewijzen tot een bedrag van € 510,00, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht tot datzelfde bedrag, subsidiair 10 dagen hechtenis en voor het overige de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal verklaren in de vordering;
- de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6] primair zal toewijzen tot een bedrag van € 445,87, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht tot datzelfde bedrag, subsidiair 8 dagen hechtenis en voor het overige de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal verklaren in de vordering. Subsidiair is gevorderd dat het hof de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6] zal toewijzen tot een bedrag van € 394,80, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht tot datzelfde bedrag, subsidiair 8 dagen hechtenis en voor het overige de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal verklaren in de vordering;
- de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 7] in zijn geheel zal toewijzen tot een bedrag van € 10.537,19, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht tot datzelfde bedrag, subsidiair 87 dagen hechtenis;
- de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4] zal toewijzen tot een bedrag van € 11.510,00, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht tot datzelfde bedrag, subsidiair 92 dagen hechtenis en voor het overige de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal verklaren in de vordering;
- de inbeslaggenomen voorwerpen met goednummer 2, 3, 6, 7, 8, 9 en 10 verbeurd zal verklaren;
- de teruggave zal gelasten aan aangever [aangever 1] of benadeelde [benadeelde 8] van het inbeslaggenomen voorwerp met goednummer 4;
- de teruggave zal gelasten aan aangever [aangever 2] van het inbeslaggenomen voorwerp met goednummer 5.
- primair bepleit dat de verdachte integraal van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken;
- subsidiair - voor het geval het hof toch tot enige bewezenverklaring komt - is een strafmaatverweer gevoerd;
- zich op het standpunt gesteld dat vanwege de bepleite vrijspraak alle benadeelde partijen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vordering.
- [medeverdachte 1/getuige] – [telefoonnummer 3] : de telefoon met dit telefoonnummer werd op 4 maart 2014 onder medeverdachte [medeverdachte 1/getuige] in beslag genomen. Medeverdachte [medeverdachte 1/getuige] heeft ook verklaard dat dit nummer een van zijn oude telefoonnummers betreft.
- [vader verdachte] – [telefoonnummer 1] : blijkens Blue View bleek het telefoonnummer gekoppeld te staan aan [vader verdachte] , de vader van verdachte.
- [vriendin verdachte] – [telefoonnummer 4] : blijkens Blue View was het telefoonnummer gekoppeld aan verdachte, die een relatie heeft met [vriendin verdachte] .
- De karkassen van en auto-onderdelen/voorwerpen afkomstig uit/van de door verdachte en zijn medeverdachte gestolen personenauto’s, te weten delict 1, 12 en 19, staan gestald in de loods gelegen aan de [adres 2] alwaar nog meerdere karkassen en auto-onderdelen/voorwerpen afkomstig van/uit gestolen gesignaleerd staande (personen)auto’s worden aangetroffen;
- in de garageboxen volledige of stuk gezaagde chassis van motorvoertuigen en volledig of kapot gezaagde auto-onderdelen zijn aangetroffen, alsmede kisten met gereedschappen;
- op enkele van de aangetroffen voertuigonderdelen labels zijn bevestigd. Op een van deze labels zijn dactyloscopische sporen van de rechterduim en rechterwijsvinger van verdachte aangetroffen;
- in de loods gelegen aan de [adres 2] een ‘jammer’ werd aangetroffen, waarvan algemeen bekend is dat dergelijke stoorzenders veelal gebruikt worden om het
- de Volvo V50 (delict 16) op 12 januari 2014 omstreeks 14.05 uur door een persoon die zich [medeverdachte 3] noemt en gebruikmaakte van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] te Apeldoorn is weggenomen. Uit de historische verkeersgegevens is gebleken dat dit nummer op 12 januari 2014 in totaal zes keer contact heeft gehad met het telefoonnummer [telefoonnummer 5] dat in gebruik is bij verdachte. Om 14.24.38 uur, 14.24.57 uur en 14.44.43 uur, en aldus reeds binnen 20 minuten na het wegnemen van de Volvo V50, is met het telefoonnummer [telefoonnummer 9] getracht contact te maken met het telefoonnummer van verdachte. Om 15.06.20 uur vond er een gesprek plaats tussen voornoemde telefoonnummers. De telefoon van verdachte straalde op dat moment een zendmast op de Bitswijk te Uden , op 1 kilometer afstand gelegen van de loods aan de [adres 2] , aan.
- Op 24 april 2015 door de rechtbank vonnis is gewezen.
- Namens de verdachte vervolgens op 30 april 2015 hoger beroep is ingesteld tegen dit vonnis.
- Op 24 maart 2017 [getuige 1] en [getuige 2] door de raadsheer-commissaris van dit hof als getuigen zijn gehoord.
- Op 26 september 2017 de eerste behandeling van de zaak plaatsvond bij dit hof; dat de zaak toen voor onbepaalde tijd is aangehouden, omdat de verdachte last had van migraine en gebruik wenste te maken van zijn aanwezigheidsrecht.
- Op 12 juni 2018 de tweede behandeling van de zaak plaatsvond bij dit hof; dat de zitting toen het karakter van een regiezitting had en dat de zaak vervolgens voor onbepaalde tijd is aangehouden en verwezen is naar de raadsheer-commissaris teneinde de getuigen [medeverdachte 1/getuige] , [medeverdachte 2/getuige] , [getuige 2] en [getuige 1] als getuigen te horen.
- Voornoemde getuigen allen op 8 januari 2019 door de raadsheer-commissaris als getuige zijn gehoord.
- Op 25 juni 2019 de derde behandeling van de zaak bij dit hof plaatsvond; dat de zaak op deze laatste zitting inhoudelijk is behandeld en het onderzoek ter terechtzitting vervolgens is gesloten.
- Het arrest wordt gewezen op 9 juli 2019.
€ 11.510,00. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag hoofdelijk toewijsbaar is, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening en met een beslissing omtrent de kosten als na te melden.
Totaal € 1.015,68
Daarnaast acht het hof tevens de post ‘startkabel’ ad € 18,36 en de post ‘trekkabel’ ad
€ 33,11 voor toewijzing vatbaar. Nu voornoemde goederen behoren tot de standaarduitrusting van een auto en doorgaans aldaar bewaard worden, acht het hof aannemelijk geworden dat ook deze twee goederen zijn weggenomen.
[benadeelde 6] is toegebracht tot een bedrag van € 446,27. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.
Totaal € 2.621,00
- Heggenschaar € 100,00
- Senseo € 60,00
- Zonnebril RayBan € 100,00
- Laptop € 250,00
[benadeelde 7] als gevolg van verdachtes onder 1 primair, tweede alternatief (delict 15) bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 10.537,19. Naar het oordeel van het hof staan de bewezen verklaarde opzetheling en de bij de benadeelde partij gepleegde diefstal van de (personen)auto in zodanig nauw verband met elkaar dat de door de verdachte gepleegde opzetheling rechtstreeks de door de benadeelde partij geleden schade heeft veroorzaakt als bedoeld in artikel 51a, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. Bij dat oordeel heeft het hof betrokken dat van de zijde van de verdediging geen verweer is gevoerd tegen de betreffende vordering tot schadevergoeding.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) jaren en 8 (acht) maanden.
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
teruggaveaan aangever [aangever 1] of benadeelde [benadeelde 8] van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
teruggaveaan [aangever 2] van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]
€ 67,10 (zevenenzestig euro en tien cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 67,10 (zevenenzestig euro en tien cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
1 (één) dag hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de erven van de benadeelde partij [benadeelde 4]
€ 11.510,00 (elfduizend vijfhonderdtien euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 11.510,00 (elfduizend vijfhonderdtien euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
92 (tweeënnegentig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]
€ 510,00 (vijfhonderdtien euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 510,00 (vijfhonderdtien euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
10 (tien) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6]
€ 446,27 (vierhonderdzesenveertig euro en zevenentwintig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 446,27 (vierhonderdzesenveertig euro en zevenentwintig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
8 (acht) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 7]
€ 10.537,19 (tienduizend vijfhonderdzevenendertig euro en negentien cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 10.537,19 (tienduizend vijfhonderdzevenendertig euro en negentien cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
87 (zevenentachtig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.