Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte was veroordeeld voor mishandeling van een zorgondersteuner. De mishandeling vond plaats op 20 oktober 2018 in Bergen op Zoom, waarbij verdachte het slachtoffer met een gebalde vuist krachtig tegen het gezicht sloeg.
De verdediging voerde vrijspraak aan en stelde dat het letsel was ontstaan door een worsteling of dat sprake was van noodweer omdat het slachtoffer eerst had geslagen. Het hof hechtte meer geloof aan de verklaring van het slachtoffer en de medische foto’s van het letsel, en verwierp het verweer van noodweer en vrijspraak.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis wegens een procedurele onregelmatigheid maar verklaarde het bewezenverklaarde opnieuw bewezen. Gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het plaatsvond en de eerdere veroordeling van verdachte voor een soortgelijk feit, legde het hof een geldboete van €100 op, subsidiair 2 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke taakstraf van 30 uur met een proeftijd van 3 jaar, subsidiair 15 dagen hechtenis.
De straf is mede afgestemd op de financiële draagkracht van verdachte en heeft tot doel zowel de ernst van het feit te benadrukken als recidive te voorkomen. Het arrest is gewezen op 24 december 2019 door een meervoudige kamer van het gerechtshof.