Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 5586218, rolnummer 16-10980)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met een productie;
- de memorie van antwoord.
3.De beoordeling
- Tussen partijen is een bewaarovereenkomst gesloten. Op grond van deze overeenkomst heeft [geïntimeerde] voor [appellant] 409 kisten plantenuien in bewaring genomen.
- [geïntimeerde] heeft in verband met de overeenkomst drie facturen aan [appellant] gezonden. [appellant] heeft de derde en laatste factuur van € 9.754,65 ondanks aanmaningen onbetaald gelaten.
- een hoofdsom van € 9.754,55;
- € 157,46 aan rente over de hoofdsom, berekend tot en met 24 mei 2016;
- € 853,73 aan buitengerechtelijke kosten.
- Op grond van artikel 143 lid 2 Rv Pro moet het verzet worden ingesteld binnen vier weken na betekening van het verstekvonnis of binnen vier weken na het plegen van enige daad van bekendheid met het vonnis door de veroordeelde persoon (rov. 3.1).
- De verzetdagvaarding is meer dan vier weken na betekening van het verstekvonnis uitgebracht (rov. 3.2).
- Vaststaat dat [appellant] het verstekvonnis heeft ontvangen en dat hij hiermee bekend was. Hij heeft tijdens de comparitie verklaard dat hij in verband met het vonnis contact heeft opgenomen met zijn advocaat (rov. 3.3).
- Het verzet is alleen tijdig ingesteld indien [appellant] pas op 9 november 2016 of later bekend is geworden met het verstekvonnis. Het had op de weg van [appellant] gelegen om meer specifiek aan te geven wanneer hij bekend is geworden met het verstekvonnis. Zijn enkele stelling dat hij een bedrijf in Polen heeft waar hij soms verblijft is onvoldoende om aan te kunnen nemen dat hij pas op 9 november 2016 of later bekend is geworden met het verstekvonnis. Dit leidt tot de conclusie dat [appellant] niet tijdig in verzet is gekomen.
- vernietiging van het verstekvonnis van 22 september 2016;
- afwijzing alsnog van de vorderingen van [geïntimeerde] ;
- er had op grond van artikel 131 Rv Pro een comparitie van partijen moeten worden gelast, dan wel:
- er had op grond van artikel 132 lid 1 Rv Pro gelegenheid moeten worden geboden voor het nemen van conclusies van repliek en dupliek (hof: conclusies van antwoord in oppositie en repliek in oppositie).