ECLI:NL:GHSHE:2019:4545

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
17 december 2019
Publicatiedatum
17 december 2019
Zaaknummer
200.233.865_01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hondentrainer niet aansprakelijk voor schade door hond, eigenaar had controle

In deze civiele zaak ging het hoger beroep over een vordering tot vrijwaring door appellant, die door de kantonrechter was afgewezen. Appellant was veroordeeld tot schadevergoeding aan de eigenaar van de hond Lila, omdat zijn hond Lila had aangevallen en verwond op het terrein waar geïntimeerde hondentraining verzorgde.

Appellant stelde dat geïntimeerde aansprakelijk was omdat het incident plaatsvond tijdens de training, maar het hof stelde vast dat appellant zijn hond al weer aan een touw had toen het dier ontsnapte door een klein gat in het hek. Geïntimeerde was niet op de hoogte van het gat en kon niet worden verweten de controle te hebben verloren.

Het hof oordeelde dat de directe oorzaak lag bij appellant die zijn hond niet vasthield en dat er geen voldoende causaal verband was met handelen van geïntimeerde. Het bewijsaanbod van appellant was onvoldoende om het oordeel te wijzigen. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de hondentrainer niet aansprakelijk is en veroordeelt appellant in de kosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht
zaaknummer 200.233.865/01
arrest van 17 december 2019
in de zaak van
[appellant],
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
hierna aan te duiden als [appellant] ,
advocaat: mr. C.G.A. Mattheussens te Roosendalen,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als [geïntimeerde] ,
advocaat: mr. G.C. Blom te 's-Gravenhage,
op het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant,
zittingsplaats Bergen op Zoom, gewezen vonnis in de vrijwaring van 15 november 2017
tussen appellant als eiser en geïntimeerde als gedaagde.

1.Het geding in eerste aanleg (zaak-rolnummer 5806412 CV EXPL 17-1351)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
[appellant] heeft bij exploot van 15 februari 2018 aangezegd van genoemd vonnis in
hoger beroep te komen met dagvaarding van [geïntimeerde] voor dit hof.
2.2.
Ter rolle van 27 februari 2018 is de zaak aangebracht en is [geïntimeerde] bij advocaat
verschenen.
2.3
Het hof heeft bij arrest van 17 april 2018 een comparitie van partijen bevolen. Deze comparitie heeft geen doorgang gevonden.
2.4
[appellant] heeft bij memorie van grieven twee grieven aangevoerd en geconcludeerd dat het hof het vonnis van de kantonrechter zal vernietigen en opnieuw rechtdoende [geïntimeerde] zal veroordelen om aan [appellant] tegen kwijting te betalen al datgene, waartoe [appellant] als gedaagde in de hoofdzaak bij genoemd vonnis ten behoeve van [eigenaar van de hond Lila] is veroordeeld en/of in hoger zal worden veroordeeld, met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten.
2.5
[geïntimeerde] heeft de grieven bestreden en geconcludeerd tot bekrachtiging van het vonnis van de kantonrechter met veroordeling van [appellant] in de kosten

3.De beoordeling

3.1.
[appellant] heeft [geïntimeerde] in vrijwaring gedagvaard om te worden veroordeeld tot al hetgeen waartoe [appellant] in de procedure van [eigenaar van de hond Lila] tegen hem wordt veroordeeld. De kantonrechter heeft deze vordering afgewezen. Het hof verwijst wat de procedure van [appellant] tegen [eigenaar van de hond Lila] betreft naar hetgeen is overwogen en beslist in zijn arrest van heden in die procedure onder nummer 200.233.816/01. Daarin is het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd. [appellant] heeft dus belang bij zijn hoger beroep in de vrijwaring.
3.2.
[appellant] voert in hoger beroep aan dat de kantonrechter ten onrechte zijn vordering tegen [geïntimeerde] heeft afgewezen.
3.3.
[appellant] is veroordeeld tot schadevergoeding omdat zijn hond de hond Lila van [eigenaar van de hond Lila] heeft aangevallen en verwond. Dit gebeurde op of in de nabijheid van het terrein waarop [geïntimeerde] een hondentraining verzorgde. [eigenaar van de hond Lila] kwam daar met zijn hond omstreeks het tijdstip waarop [geïntimeerde] de training van de hond van [appellant] had beëindigd. Deze hond ontsnapte toen [appellant] – naar de kantonrechter onbestreden heeft vastgesteld - hem al onder zijn hoede had (hij hield de hond vast aan een touw dat hij heeft laten vallen), en de hond wist zich door een klein gat in het hek te wurmen waarna hij de hond Lila van [eigenaar van de hond Lila] aanviel.
3.4.
Uit hetgeen hiervoor onder 3.3 omtrent de toedracht van het schadeveroorzakende gebeuren is vermeld, volgt dat de vordering in vrijwaring geen kans van slagen heeft. Omdat vaststaat dat [appellant] zijn hond al weer aan een touw vasthield, kan aan [geïntimeerde] niet verweten worden dat hij de controle over de hond van [appellant] heeft verloren. Niet valt in te zien op grond waarvan aan [geïntimeerde] kan worden verweten dat deze hond kans zag door een (klein) gat in het hek te kruipen. Daarover heeft [appellant] ook niets aangevoerd. [appellant] betwist niet (voldoende) dat [geïntimeerde] niet op de hoogte was van het gat in het hek. Het enkele feit dat [geïntimeerde] honden trainde op het terrein brengt niet (zonder meer) voor hem een verplichting mee het hek telkenmale te controleren. De directe oorzaak van het ongeval met de hond ligt bovendien in het feit dat [appellant] , als bezitter, de hond niet vasthield.
3.5.
Ook als wordt aangenomen dat [eigenaar van de hond Lila] als gevolg van een fout in de communicatie ten onrechte niet is blijven wachten voordat hij naar het terrein kwam met zijn hond, brengt dit niet mee dat de oorzaak van het ongeval bij [geïntimeerde] komt te liggen. Daartoe ontbreekt een voldoende causaal verband.
3.6.
Het bewijsaanbod van [appellant] heeft niet betrekking op feiten die tot een ander oordeel kunnen leiden en kan daarom worden gepasseerd.
3.7.
Het vonnis van de kantonrechter moet, nu de grieven niet slagen, worden bekrachtigd met veroordeling van [appellant] in de kosten aan de zijde van [geïntimeerde] . Deze kosten worden als volgt begroot:
- griffierecht € 318,00
- salaris advocaat € 759,00.

4.De uitspraak

Het hof, rechtdoende in hoger beroep:
bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;
veroordeelt [appellant] in de kosten van dit hoger beroep aan de zijde van [geïntimeerde] gevallen en tot op deze uitspraak bepaald op een bedrag van € 1.077,00.
Dit arrest is gewezen door mrs O.G.H. Milar, E.J. van Sandick, en A.C. Metzelaar, en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 17 december 2019.
griffier rolraadsheer