Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- primair vrijspraak van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten bepleit en zich met betrekking tot de beslissing ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van het hof;
- subsidiair bepleit dat het hof de verdachte op grond van noodweer zal ontslaan van alle rechtsvervolging;
- meer subsidiair bepleit dat het hof de verdachte op grond van noodweerexces zal ontslaan van alle rechtsvervolging;
- meest subsidiair een strafmaatverweer gevoerd.
- primair bepleit dat het hof deze benadeelde partijen niet-ontvankelijk zal verklaren in hun vorderingen;
- subsidiair zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde affectieschade ad € 17.500,00 dient te worden afgewezen;
- bepleit dat de gevorderde shockschade (gevorderd door de benadeelde partij [benadeelde partij 1] ) ad € 20.000,00 onvoldoende is onderbouwd en afgewezen dient te worden;
- meest subsidiair bepleit dat het hof de vorderingen zal toewijzen tot een bedrag dat in elk geval niet hoger is dan het door de rechtbank toegewezen bedrag.
- primair bepleit dat het hof deze benadeelde partij niet-ontvankelijk zal verklaren;
- subsidiair zich op het standpunt gesteld dat de post ‘verlies aan verdienvermogen’ ad € 14.905,80 onvoldoende is onderbouwd en (naar het hof begrijpt) dat de benadeelde derhalve niet ontvankelijk dient te worden verklaard ten aanzien van dit deel van de vordering;
- meer subsidiair bepleit dat het hof de vordering zal toewijzen tot een bedrag dat in elk geval niet hoger is dan het door de rechtbank toegewezen bedrag.
hij op of omstreeks 5 november 2017 te Best [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven heeft beroofd door met een vuurwapen eenmaal door het hoofd van [slachtoffer 1] te schieten;
hij op of omstreeks 5 november 2017 te Best, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet meermalen, althans eenmaal, met een vuurwapen op, althans in de richting van, die [slachtoffer 2] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op of omstreeks 5 november 2017 te Best een of meer wapens van categorie III, te weten een vuurwapen (revolver), voorhanden heeft gehad.
hij op of omstreeks 5 november 2017 te Best [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven heeft beroofd door met een vuurwapen door het hoofd van die [slachtoffer 1] te schieten;
hij op 5 november 2017 te Best ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet met een vuurwapen in de richting van die [slachtoffer 2] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op 5 november 2017 te Best een wapen van categorie III, te weten een vuurwapen (revolver), voorhanden heeft gehad.
Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 januari 2018, dossierpagina’s 214-216, betreffende het relaas van verbalisant [verbalisant 1] , voor zover inhoudende:
Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 januari 2018, dossierpagina’s 210-213 van het zaaksdossier, betreffende het relaas van [verbalisant 1] , voor zover inhoudende:
[melder 3] : Ja, er is iemand net neergeschoten met een pistool bij Aquabest Sunrise, Salsa Breeze. Ik ben een kennis van het slachtoffer.
[melder 3] : Meerdere malen, maar hij is één keer geraakt als het goed is.
[melder 3] : Nee, die is weggerend.
[melder 3] : Kaal, Nederlandse man, blank, dik, een tatoeage in zijn nek.
[melder 3] : Euh. Zesendertig.
Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 november 2017, dossierpagina’s 217-218 van het zaaksdossier, betreffende het relaas van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , voor zover inhoudende:
Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 november 2017, dossierpagina 230 van het zaaksdossier, betreffende het relaas van verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , voor zover inhoudende:
Een proces-verbaal sporenonderzoek aan lichaam slachtoffer d.d. 16 december 2017, bijlage 2.1 van het forensisch dossier, betreffende het relaas van verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] , voor zover inhoudende:
Een deskundigenrapport, opgesteld door [radioloog] op 12 december 2017, als radioloog verbonden aan het Maastricht UMC+, bijlage 10.1 van het forensisch dossier, voor zover inhoudende:
correctie hof)traject worden uitgezet. Dit traject loopt vanaf huiddefect B en daarna door de linker oogbol. Verder verloop door de achterkant van de oogkas tot in het hersenweefsel. Verloop door het hersenweefsel richting het defect achterkant van de schedel rechts om het lichaam te verlaten ter hoogte van huiddefect A op het achterhoofd rechts. Dit traject verloopt vermoedelijk van voor naar achter. Tevens enigszins van links naar rechts en hoofdwaarts.
Een deskundigenrapport van het NFI, opgesteld door prof. dr. [arts en patholoog] , op 19 januari 2018, bijlage 10.2 van het forensisch dossier, voor zover inhoudende:
Een proces-verbaal van de politie, bijlage 9 van het forensisch dossier, betreffende het relaas van verbalisanten [verbalisant 8] en [verbalisant 7] , voor zover inhoudende:
Een deskundigenrapport van het NFI, opgesteld door ing. [NFI-deskundige wapens en munitie] , op 12 februari 2018, dossierpagina’s 716-721, voor zover inhoudende:
Een proces-verbaal aanvraag benoeming deskundige d.d. 13 april 2018, behorende bij een aanvullend relaas proces-verbaal forensisch sporenonderzoek TGO Puccini, proces-verbaalnummer PL2100-2017228877, pagina 7, betreffende het relaas van verbalisant [verbalisant 9] , voor zover inhoudende:
Een deskundigenrapport van het NFI, opgesteld door dr. Ir. [NFI-deskundige schotresten] , op 30 juli 2018, zaaknummer 2017.11.06.133, voor zover inhoudende:
Een deskundigenrapport van het NFI, opgesteld door ing. [NFI-deskundige wapens en munitie] voornoemd op 25 juni 2018, behorende bij een aanvullend relaas proces-verbaal forensisch sporenonderzoek TGO Puccini, proces-verbaalnummer PL-2100-2017228877, pagina’s 34-37, voor zover inhoudende:
Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 6 november 2017 te 02.00 uur, dossierpagina’s 244-246 van het zaaksdossier, betreffende de verklaring van [getuige 1] , voor zover inhoudende:
Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 7 november 2017 te 13.00 uur, dossierpagina’s 248-261 van het zaaksdossier, betreffende de verklaring van [getuige 1] , voor zover inhoudende:
A: Ja, dat klopt.
A: [persoon 1] kwam aan gerend met twee jongens. Het gaat op dat moment heel snel en er komen heel veel personen bij.
A: Dat gevecht begint eerst bij de kofferbak van de Skoda en verplaatst zich naar de achterkant van auto 2. De jongen met het witte shirt (het hof begrijpt verdachte) pakt via de zijdeur iets uit de auto. [slachtoffer 1] komt aan gelopen en ik trek [slachtoffer 1] weg.
A: Ik zag iets glimmends in de hand van de jongen met het witte shirt.
A: Op dat moment zie ik dat die jongen met dat witte shirt de deur van die Skoda Octavia opendoet. Volgens mij was het de achterdeur.
A: Omdat het licht in de auto aangaat. Dus op het moment dat er wordt gevochten tussen vier jongens, maakt die jongen met het witte shirt de auto open.
A: De jongen met het witte shirt komt tussen auto 1 en 2 vandaan weer naar de achterzijde van de Skoda. Op dat moment komt [slachtoffer 1] ook aan gerend. Ik zie op dat moment iets glimmends in de hand van de jongen met het witte shirt. En op dat moment trek ik [slachtoffer 1] weg. Ik dacht ook dat [slachtoffer 1] hem te lijf wilde gaan. Op het moment dat het eerste schot op de grond viel, schoot die vechtpartij uit elkaar. Nadat de jongen met het witte shirt op de grond schoot, schoot hij gericht op [slachtoffer 1] . Hij schoot hem in zijn hoofd en daarna nog een keer in de lucht.
A: Vijf seconden.
A: De jongen met het witte shirt komt tussen auto 1 en auto 2 uit gelopen. En op dat moment komt [slachtoffer 1] aangelopen. Ik denk: [slachtoffer 1] gaat naar hem toe. Op dat moment zie ik dat de jongen met het witte shirt iets glimmends in zijn handen houdt. En ik zie en hoor dat hij op de grond schiet. Op dat moment wil [slachtoffer 1] naar hem toe stappen en trek ik [slachtoffer 1] weg. En vervolgens schiet hij [slachtoffer 1] in zijn hoofd.
A: Ik zie dat de jongen met het witte shirt tussen auto 1 en auto 2 uit komt gelopen. Op dat moment komt [slachtoffer 1] aangelopen. Ik zie dat de jongen met het witte shirt iets glimmends in zijn rechterhand houdt. Dit blijkt later een wapen te zijn. Ik zie op dat moment dat hij op de grond schiet. Op het moment dat hij op de grond schiet, ondersteunt hij zijn rechterhand en dus het wapen, met zijn linkerhand. Op dat moment heb ik [slachtoffer 1] direct vastgegrepen vanaf de achterzijde met mijn beide armen omdat ik hem wilde wegtrekken. Direct na het schot op de grond zag ik dat de jongen met het witte shirt zijn wapen op [slachtoffer 1] richtte en direct gericht schoot op zijn hoofd. Hij schoot dus eerst op de grond, daarna gericht en daarna in de lucht. Ik voelde iets in mijn gezicht, net als druppels. Nadat de jongen met het witte shirt zijn laatste schot in de lucht schoot, draaide hij zich om en rende hij weg. Op het moment dat ik [slachtoffer 1] wegtrok omdat ik iets glimmends in de hand van de jongen met het witte shirt zag, zag ik dat [slachtoffer 1] juist naar voren stapte.
A: Ik denk dat omdat de jongen met het witte shirt totaal niet was gefocust op de vechtpartij van [persoon 1] en die jongen met die geblokte blouse. Hij richtte zich direct op [slachtoffer 1] .
A: Een zwarte Skoda Octavia met een kofferbak.
A: Ik dacht een Opel Corsa.
A: Een man met een blanke huidskleur, kaal, ongeveer 1.70-1.75 meter lang, tussen de 30-40 jaar oud, fors postuur, tatoeage in zijn nek,
A: Ja 1000%.
A: In de zaal droeg de schutter een wit shirt en ook ten tijde van het schieten droeg hij dat witte shirt.
A: Vanaf het eerste schot al. Het eerste schot had zomaar af kunnen kaatsen. Ik zou door het tweede schot geraakt kunnen worden. Bij het derde schot wilde ik vooral die schutter pakken. Een collega heeft mij teruggetrokken en beschermd.
Een proces-verbaal van verhoor getuige bij de raadsheer-commissaris d.d. 22 juli 2019, betreffende de verklaring van [getuige 1] , voor zover inhoudende:
Een proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 13 december 2017, dossierpagina’s 273-274 van het zaaksdossier, betreffende de verklaring van [aangever] , voor zover inhoudende:
Een proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict d.d. 30 december 2017, bijlage 1 van het forensisch dossier, betreffende het relaas van verbalisanten [verbalisant 10] [verbalisant 11] en [verbalisant 12] , voor zover inhoudende:
Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 6 november 2017 te 02.00 uur, dossierpagina’s 275-277 van het zaaksdossier, betreffende de verklaring van [getuige 2] , voor zover inhoudende:
Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 9 november 2017, dossierpagina’s 286-300 van het zaaksdossier, betreffende de verklaring van [getuige 3] , voor zover inhoudende:
A: Ik ben al 21 jaar portier.
A: Ik ren [slachtoffer 1] achterna en zie [slachtoffer 1] rennen naar een parkeerplaats. Op die parkeerplaats staat een clubje mannen nabij een auto. Er staan nog wat auto’s geparkeerd daar.
A: Een zwarte Skoda Octavia.
A: Daar staat een clubje mannen. Zij stonden aan de achterzijde van de Skoda en die andere auto. Ik zag die gezette kale man. Ik zag [getuige 1] bij dat clubje mannen staan. Ik denk dat de afstand van mij tot aan het clubje mannen 5 à 10 meter geweest moet zijn.
A: Ik zie een portier opengaan van de zwarte Skoda. Ik zie [getuige 1] [slachtoffer 1] tegenhouden. Ik zie dat de kale gezette man weer terug komt gelopen naar [slachtoffer 1] toe. Ik zie dat een collega, [getuige 1] , recht in de loop kijkt van het pistool.
A: Ik zie [getuige 1] een beweging maken om uit de vuurlinie te komen. Ik hoor pam, pam, pam, drie schoten. Ik zag bij het tweede schot [slachtoffer 1] in elkaar zakken. Ik zag de kale gezette man het pistool richten op het hoofd van [slachtoffer 1] en de trekker overhalen. Ik zag dat hij schoot met zijn rechtse hand en ondersteund door zijn linkerhand. Het derde schot was een schot in de lucht.
A: Ik zag [getuige 1] nog beduusd rondlopen want hij had [slachtoffer 1] vast toen hij beschoten werd. [getuige 1] was zelf bijna dood door die schietpartij.
A: Het lichte of witte shirt met korte mouwen.
Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 30 januari 2018, dossierpagina’s 304-308 van het zaaksdossier, betreffende de verklaring van [getuige 3] , voor zover inhoudende:
Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 9 november 2017, dossierpagina’s 311-317 van het zaaksdossier, betreffende de verklaring van [getuige 5] , voor zover inhoudende:
A: Ik was op die avond hoofdportier.
A: Ik liep naar de poort, naar mijn vaste positie. Ik kwam aan lopen, liep voorbij de ijzeren poort en liep op mijn collega’s af. Ik zag mijn collega’s daar staan bij een Skoda. Sowieso één deur stond open aan de rechterkant. Daar zag ik dus collega’s staan aan de achterzijde van die auto. Ik zag [getuige 1] en [getuige 2] daar staan. Ik denk dat [getuige 1] het dichtst bij de auto stond. Op mijn looproute hoor ik halverwege de eerste knal.
Een proces-verbaal van bevindingen ‘betreffende de inhoud van de videobeelden van Sunrise Beachclub 5 november 2017’ d.d. 25 januari 2018, dossierpagina’s 685-689, betreffende het relaas van verbalisant [verbalisant 1] , voor zover inhoudende:
Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 7 november 2017 om 00.27 uur, dossierpagina’s 467-468 van het zaaksdossier, betreffende de verklaring van [getuige 4] , voor zover inhoudende:
Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 14 november 2017, dossierpagina’s 401-406 van het zaaksdossier, betreffende de verklaring van [getuige 6] , voor zover inhoudende:
Getuige: Ik ben naar mijn auto gelopen en ingestapt. Ik wilde wegrijden maar dat kon niet want er stonden allemaal mensen achter mijn auto. Ik kon dit zien via de achteruitrijcamera die in mijn auto zit. Ik hoorde dat er iets van een ruzieachtige sfeer was.
Getuige: Ik zag dat de man met een gestrekte arm de lucht in wees. Ik heb een arm gezien met een revolver erin.
Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 8 november 2017, dossierpagina’s 634-651, betreffende de verklaring van [persoon 3] , voor zover inhoudende:
A: Met de auto. Een zwarte Skoda.
(dossierpagina 638)
A: Gewoon met de neus naar voren.
A: Ik ken hem als [naam 1] maar ik noem hem ook [naam 2] .
Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 12 november 2017, dossierpagina’s 45-48 van het zaaksdossier, betreffende de verklaring van de [verdachte] , voor zover inhoudende:
A: [naam 2] is oke.
Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 22 november 2017, dossierpagina’s 52-90 van het zaaksdossier, betreffende de verklaring van de verdachte, voor zover inhoudende:
Verdachte: Wit T-shirt en een spijkerbroek.
Verdachte: Op dit moment of had?
Verdachte: Die handvatjes. Die handvatjes waren los.
Verdachte: Nee, een schroefje. Ze waren los.
Verdachte: Ja, die lagen in die auto. Ja, van die Citroën.
Verdachte: Die ja.
Verdachte: Ja, klopt precies.
Bovendien kan één schot niet tegelijk een voltooide doodslag en een poging doodslag opleveren: uit het dossier blijkt niet dat mogelijk is met één schot twee personen te doden. De andere twee kogels (richting de grond en in de lucht) konden dat ook niet.
[getuige 3], die ook op die avond als beveiliger werkzaam was. Het hof kent geen overwegende betekenis toe aan de door de raadsman opgeworpen verschillen tussen de door [getuige 3] afgelegde verklaringen. Het hof heeft met de verdediging geconstateerd dat [getuige 3] inderdaad wisselend en inconsistent heeft verklaard over welk portier van de Skoda openging, over het aantal keer dat is geschoten, over de verschillende richtingen waarin de verdachte achtereenvolgens heeft geschoten en bij welk schot het slachtoffer is geraakt. Het hof houdt ook bij [getuige 3] echter rekening met de hectische en plotselinge situatie en de snelheid waarmee een en ander gepaard ging. Het hof is bovendien van oordeel dat de verklaringen van [getuige 3] op een aantal andere wezenlijke punten wel consistent zijn en overeenkomen met de verklaringen van (onder meer) [getuige 1] .
[getuige 6], die op de parkeerplaats in haar auto zat en wilde wegrijden, heeft verklaard dat zij in haar achteruitkijkcamera zag dat er veel mensen achter haar auto stonden. Ze hoorde dat er een ruzieachtige sfeer was. Zij zag door haar linkerzijruit dat een man een portier opendeed van de auto die links van haar geparkeerd stond. Kort daarna hoorde zij een schot en zag zij iets van een licht. Zij meende te zien dat iemand met een revolver in de lucht schoot. Zij dook weg en hoorde nog een schot. Zij zag een man met een wit T-shirt wegrennen.
Het voorwaardelijk verzoek om nader forensisch onderzoek behoeft geen bespreking, nu de voorwaarde voor dat verzoek (dat het hof meent dat het schietincident zich aan de bestuurderszijde van de Skoda heeft afgespeeld) niet is vervuld.
Er was geen noodzaak tot verdediging omdat partijen gescheiden werden gehouden door beveiligers en [slachtoffer 1] werd vast- of tegengehouden door [getuige 1] .
De verdachte had zich bovendien aan de situatie kunnen (en moeten) onttrekken door naar de voorkant van de Skoda te lopen.
De houding van de verdachte ter terechtzitting getuigt echter van beperkte aandacht voor hen en het hof rekent hem dat in strafverzwarende zin aan.
-wat zijn gemiddelde inkomsten waren tot 6 november 2017,
De inhoud van die stukken is door de verdediging niet betwist.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) jaren;
€ 327,99 (driehonderdzevenentwintig euro en negenennegentig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening;
€ 327,99 (driehonderdzevenentwintig euro en negenennegentig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
6 (zes) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;
€ 327,99 (driehonderdzevenentwintig euro en negenennegentig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening;
€ 327,99 (driehonderdzevenentwintig euro en negenennegentig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
6 (zes) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;
€ 327,99 (driehonderdzevenentwintig euro en negenennegentig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening;
€ 327,99 (driehonderdzevenentwintig euro en negenennegentig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
6 (zes) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;
€ 327,99 (driehonderdzevenentwintig euro en negenennegentig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening;
€ 327,99 (driehonderdzevenentwintig euro en negenennegentig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
6 (zes) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;
€ 6.328,20 (zesduizend driehonderdachtentwintig euro en twintig cent) bestaande uit € 3.328,20 (drieduizend driehonderdachtentwintig euro en twintig cent) materiële schade en € 3.000,00 (drieduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening;
€290,16 (tweehonderdnegentig euro en zestien cent);
€ 6.328,20 (zesduizend driehonderdachtentwintig euro en twintig cent) bestaande uit € 3.328,20 (drieduizend driehonderdachtentwintig euro en twintig cent) materiële schade en € 3.000,00 (drieduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
66 (zesenzestig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;