Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/358179 / KG ZA 19-247)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven en producties alsmede een vordering in incident ex art. 351 Rv Pro.;
- de memorie van antwoord alsmede antwoordconclusie in het incident met producties;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd. Namens de man heeft gepleit mr. Heesmans. Namens de vrouw heeft gepleit mr. Y.M. van Vliet, kantoorgenoot van mr. Van Hapert.
3.De beoordeling
“extra toevoeging, dit contract zal door beide partijen nooit vernietigd kunnen worden.”
“extra toevoeging: ik [appellant] zal deze overeenkomst nooit vernietigen punt”
manop tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat de vrouw een spoedeisend belang heeft bij haar vordering omdat van partijen niet langer verlangd kan worden dat zij in onverdeeldheid dienen te blijven.
vrouwvoert verweer en stelt het navolgende. Uit jurisprudentie volgt dat de staat van onverdeeldheid door partijen niet hoeft te worden geaccepteerd. Verkoop van de woning is in beider belang omdat partijen dan ieder hun deel van de overwaarde ontvangen.
hofoverweegt als volgt.