Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 4712416 CV EXPL 15-7830)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het tegen [geïntimeerde] verleende verstek en de zuivering van dat verstek;
- de memorie van grieven met 2 producties;
- de memorie van antwoord;
- de akte van High Focus met 1 productie;
- de antwoordakte van [geïntimeerde] .
3.De beoordeling
in conventiegevorderd [geïntimeerde] te veroordelen:
in reconventiegevorderd - voor zover in hoger beroep van belang -:
in conventiegeconcludeerd in r.o. 3.8 van het vonnis van 12 oktober 2016 dat, nu de duurovereenkomsten vanaf 1 januari 2014 zijn overgedragen aan RS4U en de klantrelaties van RS4U niet onder de reikwijdte van het relatiebeding vallen, High Focus op die grond geen beroep kan doen op het relatiebeding.
in conventiegeconcludeerd in r.o. 3.13 van het vonnis van 12 oktober 2016 dat niet is komen vast te staan dat High Focus nog een klantrelatie had met (één van) de vier gemeentes op het moment dat het dienstverband met [geïntimeerde] eindigde en dat High Focus geen beroep kan doen op het tussen partijen gesloten relatiebeding.
in conventieafgewezen en High Focus veroordeeld in de proceskosten.
in reconventieoverwogen dat de door High Focus overgelegde betaalstaat onvoldoende is om te dienen als bewijs van daadwerkelijke betaling van het vakantiegeld van € 477,- bruto (€ 304,54 netto) aan [geïntimeerde] .
in reconventieveroordeeld om het bruto-equivalent van
(in conventie) met betrekking tot het relatiebeding en één grief tegen het vonnis van 11 oktober 2017 (
in reconventie) met betrekking tot het vakantiegeld.
in conventiegevorderde in de inleidende dagvaarding;
in reconventiegevorderde vakantiegeld;
(in reconventie)met betrekking tot de pensioenpremie niet aan de orde, omdat geen van partijen een grief heeft gericht tegen de gedeeltelijke toewijzing resp. de gedeeltelijke afwijzing van die vordering.
in conventie en in reconventie,voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, worden bekrachtigd, ook voor wat betreft de proceskostenveroordelingen.
4.De uitspraak
in conventie en in reconventie,voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;