Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
[minderjarige]), op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats] .
4.De beslissing
PRO FORMA 9 maart 2020.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen de beschikking van de rechtbank die het gezamenlijk gezag over de minderjarige beëindigde en eenhoofdig gezag aan de moeder toekende. De vader woont in België en voerde aan dat het gezamenlijk gezag in het belang van het kind moest worden gehandhaafd. De moeder stelde dat de communicatie tussen ouders ernstig verstoord is en dat eenhoofdig gezag noodzakelijk is voor het welzijn van het kind.
Het hof bevestigde de rechtsmacht van de Nederlandse rechter en nam kennis van de uitgebreide hulpverlening en procedures die reeds waren gevoerd. Ondanks het advies van de raad om het gezamenlijk gezag te handhaven, oordeelde het hof dat eenhoofdig gezag meer mogelijkheden biedt om het kind te beschermen tegen de strijd tussen ouders.
Het hof gelastte een raadsonderzoek om nader te beoordelen of het gezamenlijk gezag gehandhaafd kan blijven en verzocht de raad ook te onderzoeken of ouders afspraken kunnen maken over belangrijke kwesties zoals vakanties en school. De verdere beslissing werd aangehouden tot ontvangst van het rapport en advies van de raad. De uitspraak werd gedaan door drie raadsheren op 7 november 2019.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het eenhoofdig gezag van de moeder en wijst het hoger beroep van de vader af, met gelaste raadsonderzoek.