Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
periode vanaf 1 juli 2017:
periode vanaf 1 augustus 2018is dit:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep van een vrouw tegen een beschikking inzake kinderalimentatie voor twee minderjarige kinderen. De man was tevens onderhoudsplichtig voor twee kinderen uit een nieuwe relatie. Het hof beoordeelde de draagkracht van beide ouders, het inkomen van de man en de vrouw, en de behoefte van de kinderen.
Het hof oordeelde dat het inkomen van de man niet lager was dan € 66.000,- per jaar, ondanks zijn stelling van inkomensachteruitgang, omdat hij onvoldoende bewijs leverde. De draagkracht van de vrouw werd vastgesteld op basis van haar huidige inkomen, zonder rekening te houden met een mogelijke toekomstige inkomensdaling wegens medische redenen. De behoefte van de kinderen werd vastgesteld op € 390,- per maand per kind in 2017.
De zorgkorting werd vastgesteld op 15% in plaats van 25%, vanwege het beperkte contact tussen de man en de kinderen. De bijdrage van de man werd berekend op € 112,68 per maand per kind vanaf 1 juli 2017 en € 140,44 per maand per kind vanaf 1 augustus 2018. De vrouw hoeft een teveel ontvangen bedrag aan kinderalimentatie niet terug te betalen vanwege haar financiële situatie. De proceskosten worden door partijen zelf gedragen.
Uitkomst: De man moet vanaf 1 juli 2017 € 112,68 per maand per kind en vanaf 1 augustus 2018 € 140,44 per maand per kind betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding.