ECLI:NL:GHSHE:2019:3777

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
3 oktober 2019
Publicatiedatum
11 oktober 2019
Zaaknummer
001003-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 450 SvArt. 71 SvArt. 87 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoger beroep tegen bevel gevangenhouding en voorlopige hechtenis

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep van verdachte tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, waarbij het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis was afgewezen en een bevel tot gevangenhouding was opgelegd.

De zaak betrof ernstige bezwaren tegen verdachte wegens brandstichting met gevaar voor goederen en/of personen. De griffie had aanvankelijk een appelakte opgemaakt die alleen betrekking had op het verzoek tot schorsing van voorlopige hechtenis, terwijl ook hoger beroep tegen het bevel tot gevangenhouding was bedoeld. Het hof heeft de akte ambtshalve verbeterd zodat het hoger beroep ook tegen het bevel gevangenhouding geldt.

De raadsman gaf aan het beroep tegen de schorsing niet te handhaven, waardoor verdachte daarvoor niet-ontvankelijk werd verklaard. Het hof oordeelde dat de ernstige bezwaren en gronden voor voorlopige hechtenis nog steeds van kracht zijn, ondanks het vervallen van een onderzoeksgrond. Het hoger beroep tegen het bevel gevangenhouding werd afgewezen en de beschikking van de rechtbank bevestigd.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep tegen het bevel gevangenhouding af en verklaart verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot schorsing van voorlopige hechtenis.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling strafrecht
Raadkamerappelnummer: [raadkamerappelnummer]
Parketnummer 1e aanleg: [arrondissementsparketnummer]
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de akte van de griffier van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van [datum 2] , waarbij namens:

[Naam verdachte]

geboren [geboortedatum, -plaats & -land]
wonende te [woonplaats]
thans verblijvende in [detentieplaats]
hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van [datum 1] , bij welke beschikking het verzoek tot schorsing van de aan verdachte opgelegde voorlopige hechtenis werd afgewezen.
Het hof heeft kennis genomen van de akte rechtsmiddel waarbij namens verdachte tijdig beroep is aangetekend tegen de afwijzing van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. O.R.R. Hetterscheidt.
Het hof is ambtshalve bekend dat door de strafgriffie van de rechtbank Zeeland-West-Brabant regelmatig akten rechtsmiddel foutief worden opgemaakt, in die zin dat die akten niet in overeenstemming zijn met de uitdrukkelijke volmacht van de raadsman of raadsvrouw.
In deze zaak is door de voormalig raadsman van verdachte mr. S. Arts op [datum 2] per e-mailbericht een appelvolmacht verzonden aan de strafgriffie van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda waarin is verzocht om hoger beroep in te stellen tegen het bevel gevangenhouding alsmede tegen de afwijzing van het verzoek tot schorsing van de aan verdachte opgelegde voorlopige hechtenis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van [datum 1] . De griffiemedewerker heeft naar aanleiding van deze e-mail één appelakte opgemaakt waaruit volgt dat namens verdachte appel is ingesteld tegen het afgewezen verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
In raadkamer hebben zowel verdachte als zijn opvolgend raadsman uitdrukkelijk aangegeven dat het de bedoeling is geweest om ook appel in te stellen tegen het bevel gevangenhouding. Desgevraagd heeft de verdachte aangegeven dat hij de raadsman uitdrukkelijk heeft gemachtigd tot het instellen van hoger beroep tegen het bevel gevangenhouding en de afwijzing van het verzoek tot schorsing van de aan hem opgelegde voorlopige hechtenis.
Het hof zal, gelet op het bovenstaande en gehoord de verdachte en zijn raadsman en de advocaat-generaal, de akte verbeterd lezen in die zin dat het hoger beroep tevens is gericht tegen het bij voormelde beschikking van [datum 1] verleende bevel gevangenhouding voor de duur van negentig dagen.
De raadsman heeft te kennen gegeven dat hij niets op te merken heeft ten aanzien van het beroep tegen het afgewezen verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis. Het hof verstaat de raadsman aldus dat het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot schorsing niet wordt gehandhaafd. Het hof verklaart verdachte in zoverre niet-ontvankelijk voor wat betreft het hoger beroep tegen het afgewezen verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Het hof heeft kennis genomen van het dossier.
Uit het dossier blijkt dat jegens verdachte ernstige bezwaren bestaan ter zake hetgeen hem wordt verweten namelijk brandstichting met gevaar voor goederen en of personen. Het hof verwijst daartoe naar de processen-verbaal van bevindingen met betrekking tot de aanhouding en de meldingen zoals opgenomen als bijlage 2 bij het voorgeleidingsproces-verbaal en bijlage 1 bij het raadkamerproces-verbaal, de processen-verbaal van aangifte zoals opgenomen als bijlage 4 bij het voorgeleidingsproces-verbaal en bijlage 3 bij het raadkamerproces-verbaal, de processen-verbaal van verhoor getuigen zoals opgenomen als bijlagen 5, 6, 7 & 8 bij het voorgeleidingsproces-verbaal alsmede de verklaring van verdachte, afgelegd op [datum 3] .
Het hof stemt ook in met de gronden voor de voorlopige hechtenis. Het hof verwijst daartoe naar de motivering van de rechter-commissaris in het bevel bewaring. Het hof heeft zich ervan vergewist dat de destijds aangenomen ernstige bezwaren en gronden nog onverkort van kracht zijn, met dien verstande dat onderzoeksgrond is komen te vervallen.
Het hof wijst af het beroep voor zover dat is gericht tegen het bevel gevangenhouding.

BESCHIKKENDE IN HOGER BEROEP:

Wijst af het hoger beroep voor zover dat is gericht tegen het bevel gevangenhouding.
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep voor zover dat is gericht tegen de afwijzing van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Bevestigt de beschikking waarvan beroep.
Aldus gedaan op 3 oktober 2019
door mr. R.A.T.M. Dekkers, voorzitter, mr. F.J.M. Walstock en mr. G.P.M.F. Mols, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. R. van Maaren, griffier.
De advocaat-generaal bij dit Gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte.
's-Hertogenbosch, 3 oktober 2019
Gezien d.d.
De directeur van [detentieplaats]