ECLI:NL:GHSHE:2019:3622
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie en draagkrachtberekening na echtscheiding
In deze zaak stond de vaststelling van kinderalimentatie centraal na een echtscheiding tussen partijen met drie kinderen, waarvan twee minderjarig. Het geschil betrof onder meer de ingangsdatum van de alimentatieverplichting, de draagkracht van beide ouders en de hoogte van de behoefte van de kinderen.
Het hof bevestigde dat de behoefte van de kinderen wettelijk geïndexeerd was vastgesteld en wees de door de vrouw gevraagde verhoging wegens uitzonderlijke kosten af wegens onvoldoende onderbouwing. De draagkracht van de vrouw werd berekend op basis van haar netto besteedbaar inkomen, waarbij het forfaitaire woonlastensysteem werd toegepast. De man werd geacht een fictief inkomen van €45.000 per jaar te kunnen verwerven, ondanks zijn onderneming die verliesgevend was en zijn zorgverplichtingen, en werd geen korting op arbeidstijd toegekend.
De zorgkorting werd vastgesteld op 15% vanwege het verblijf van de kinderen bij de man. Het hof stelde de alimentatie vast op €89,47 per kind per maand vanaf 4 juli 2018 en €91,26 per kind per maand vanaf 1 januari 2019. Het hof oordeelde dat de vrouw geen terugbetaling hoefde te doen van te veel betaalde alimentatie, omdat deze geacht werd ten goede aan de kinderen te zijn gekomen.
De beschikking van de rechtbank van 4 juli 2018 werd vernietigd voor zover het de alimentatie betrof en het ouderschapsplan werd aangepast. Het hof wees het meer of anders verzochte af en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De man dient vanaf 4 juli 2018 een kinderalimentatie van €89,47 per kind per maand te betalen, verhoogd naar €91,26 per kind per maand vanaf 1 januari 2019.