Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,2. [appellante] ,beiden wonende te [woonplaats] ,
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 28 mei 2019;
- de akte van [appellant] en [appellante] ;
- de antwoordmemorie na niet gehouden enquête van SWS.
6.De verdere beoordeling
- schadepost 1: € 500,--
- schadepost 2: € 4.000,--
- schadepost 3: € 0,--
- schadepost 4: € 1.300,--
- schadepost 5: € 1.800,--
- schadepost 6: € 0,--
- schadepost 7: € 224,53
- schadepost 8: € 500,--
- schadepost 9: € 3.000,--
- schadepost 10: € 0,--
- de in rov. 3.2.1 onder A en B van het tussenarrest weergegeven vorderingen in conventie zijn afgewezen;
- in reconventie voor recht is verklaard dat de huurovereenkomst tussen partijen betreffende de woning aan het [adres] te [plaats] bij brief van 3 december 2015 van de advocaat van SWS aan [appellant] en [appellante] buitengerechtelijk is ontbonden.
7.De uitspraak
- de in rov. 3.2.1 van het tussenarrest onder A en B weergegeven vorderingen in conventie zijn afgewezen;
- in reconventie voor recht is verklaard dat de huurovereenkomst tussen partijen betreffende de woning aan het [adres] te [plaats] bij brief van 3 december 2015 van de advocaat van SWS aan [appellant] en [appellante] buitengerechtelijk is ontbonden;