ECLI:NL:GHSHE:2019:3292
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag moeder wegens verstreken aanvaardbare termijn en moeizame relatie pleeggezin
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Limburg waarbij het ouderlijk gezag van de moeder over haar minderjarige kind is beëindigd. De minderjarige is sinds 2012 onder toezicht gesteld en sinds 2014 uit huis geplaatst in een pleeggezin, waar hij goed is geïntegreerd.
De moeder heeft in het beroepschrift gesteld dat zij stappen heeft gezet in haar persoonlijke ontwikkeling, waaronder het stoppen met harddrugs en het volgen van therapie. Zij zoekt een betere samenwerking met het pleeggezin, dat bestaat uit haar zus en diens echtgenoot, maar het contact is moeizaam en zij voelt zich buitengesloten.
De Raad voor de Kinderbescherming en de Gecertificeerde Instelling stellen dat de moeder onvoldoende in staat is het gezag binnen een aanvaardbare termijn uit te oefenen. Het pleeggezin biedt de minderjarige de noodzakelijke structuur en stabiliteit. Het hof oordeelt dat de aanvaardbare termijn is verstreken en dat beëindiging van het gezag van de moeder noodzakelijk is om rust en duidelijkheid voor het kind te waarborgen.
Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het beroep van de moeder af. Het gezag van de vader blijft gehandhaafd vanwege diens goede samenwerking en omgang met het kind.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over de minderjarige en wijst het beroep af.