Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
Ten aanzien van de tweede dochter van partijen, die naar alle waarschijnlijkheid geboren zal worden, nadat de echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, komen partijen overeen, dat vader met toestemming van moeder, zijn dochter zal erkennen en dat ouders ook samen zullen zorgdragen voor verkrijging van het gezamenlijk gezag over hun tweede dochter.”
Indien de andere ouder niet met het verzoek instemt, wordt het verzoek ingevolge artikel 1:253c lid 2 BW slechts afgewezen indien:
a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of
b. afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.