In deze zaak heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad over de aansprakelijkheid van een ziekenhuis voor schade veroorzaakt door een gebrekkig PIP-implantaat. Het geschil betreft de vraag of het ziekenhuis aansprakelijk is en in hoeverre het gebrek aan het implantaat aan het ziekenhuis kan worden toegerekend.
Het hof heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraagstelling en de toelichting. De geïntimeerde, Stichting JBZ, wenst een nadere precisering van de omstandigheden en een splitsing van de vraagstelling, terwijl appellante hiermee niet akkoord ging. Het hof heeft geoordeeld dat het debat gesloten is en dat de vraagstelling ruim is geformuleerd, passend voor de beoordeling van de zaak en vergelijkbare PIP-zaken.
De vragen aan de Hoge Raad betreffen onder meer de aansprakelijkheid van het ziekenhuis voor de schade door het implantaat en de relevantie van het soort gebrek, zoals het risico op voortijdig lekken of het gebruik van industriële in plaats van medicinale siliconen. Het hof houdt iedere verdere beslissing aan in afwachting van de beslissing van de Hoge Raad.