Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellante] ,wonende te [woonplaats] ,
5.Het verloop van de procedure
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de bij H-formulier van 3 juni 2019 door [appellanten] ingediende producties 24 tot en met 27, die bij pleidooi in het geding zijn gebracht.
6.De beoordeling
De aanwezige drainage in de straat [A-straat] is verstopt. (…)
De bodem en wanden [B-straat] zijn verslempt, waardoor deze niet (meer) functioneert voor de ontwatering van grondwater.(…)
Doorbreking van de kleilaag in het zuidelijk deel van [bouwplan] heeft geleid tot een verstoorde ontwatering. Om de doorlatendheid van de bodem in [bouwplan] te vergroten is grondverbetering toegepast. Hoewel dit positief kan uitwerken van [bouwplan] , kan dit ook ertoe leiden dat juist een ongewenste grondwaterstroming gaat plaatsvinden vanaf de [C-straat] richting [A-straat] .
droogleggen” van de percelen van die bewoners, tot betaling van een (per individueel geval concreet bepaalde) schadevergoeding en tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand (inl.dagv. prod. 16). [appellanten] heeft het aanbod tot het sluiten van een vaststellingsovereenkomst afgewezen.
De drainage rondom de woningen is, gelet op de bestaande situatie, voor zover bekend goed aangelegd. Deze ligt een stuk hoger dan de drainage onder de straat. Het hoogteverloop van het drainagesysteem is dusdanig dat afvoer richting de sloot mogelijk is.
de plichttot het verrichten van onderzoek naar het causaal verband op zich zou hebben genomen. Feiten of omstandigheden die dat oordeel zouden kunnen rechtvaardigen zijn niet gesteld.