Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
6.De beoordeling
Detailhandel;
Horeca categorie 1-2;
omschreven als een object met veel mogelijkheden. Ik had graag geweten welke vergunningen aan het pand zijn toegewezen, ik heb namelijk een vergunning voor restaurant met zitplaatsen nodig, het is handig als deze is toegewezen voor de verbouwing ivm inpandige afzuiging.”
“het winkelpand annex voormalige bovenwoning en garage”. In artikel 6.3 van de koopovereenkomst staat onder meer:
ontwerpbestemmingsplan – ruime mogelijkheden bood, en hem verwezen naar de verkoopbrochure. Blijkens die brochure was volgens het “(ontwerp)bestemmingsplan” onder meer detailhandel en horeca categorie 1-2 toegestaan. Tussen partijen is niet in geschil dat onder horeca categorie 1-2 ook het gebruik als restaurant valt. Gelet op deze mededeling mocht [appellant] erop vertrouwen dat gebruik als restaurant volgens het bestemmingsplan was toegestaan. In de verkoopbrochure werd weliswaar vermeldt dat het ging om een “(ontwerp)bestemmingsplan” dat in het voorjaar van 2013 zou worden vastgesteld door de gemeenteraad, maar aangezien het ten tijde van de mededeling al januari 2015 was, mocht [appellant] ervan uitgaan dat het ontwerpbestemmingsplan inmiddels – zoals in de verkoopbrochure overigens met de nodige stelligheid werd aangekondigd – aldus was vastgesteld. Het betrof immers een mededeling van niet zomaar een verkoper maar een mededeling van de zijde van de gemeente zelf, wier organen bevoegd zijn tot vaststelling van het bestemmingsplan. [appellant] hoefde er geen rekening mee te houden dat hem van de zijde van de gemeente, nota bene in antwoord op een expliciete vraag van hem naar de toegestane gebruiksmogelijkheden, juist op het punt van die gebruiksmogelijkheden verouderde en onjuiste informatie zou worden verstrekt.
alleengeïnteresseerd was in het pand als hij daarin een restaurant kon vestigen, is niet van belang. Voldoende is dat duidelijk was dat [appellant] het belangrijk vond dat gebruik als restaurant mogelijk was. Overigens staat de stelling van de gemeente in schril contrast met de wijze waarop de makelaar, in opdracht van de gemeente, jegens [appellant] reageerde toen duidelijk werd dat aan [appellant] verouderde informatie was verstrekt (zie 6.1. onder n).
€ 1.808,-
€ 3.222,-